Naar de inhoud

terugzien

na geruime tijd opnieuw zien

terugzien

werkwoord

Betekenis

  1. na geruime tijd opnieuw zien

werkwoord

  1. opnieuw zichtbaar maken

Vervoeging van terugzien

terugzienhele werkwoord — zag terugverleden tijd enkelvoud — zagen terugverleden tijd meervoud — teruggezienvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik zie terug zag terug
jij ziet terug zaagt terug
hij, zij, het ziet terug zag terug
wij zien terug zagen terug
jullie zien terug zagen terug
zij zien terug zagen terug
Alle 146 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben teruggezien voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent teruggezien voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is teruggezien impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was teruggezien impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd teruggezien impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt teruggezien impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal teruggezien worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal teruggezien zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou teruggezien worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou teruggezien zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had teruggezien voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had teruggezien voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had teruggezien voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden teruggezien voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden teruggezien voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden teruggezien voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt teruggezien voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb teruggezien voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben teruggezien actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben teruggezien voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben teruggezien voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben teruggezien voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt teruggezien voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft teruggezien voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft teruggezien voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is teruggezien voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is teruggezien voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben teruggezien actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen terugzien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
terug te zien actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
terug te zullen zien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
terug zal zien bijzin, toekomende tijd
terug zou zien bijzin, voorwaardelijk
terug zouden zien bijzin, voorwaardelijk
terug zoudt zien bijzin, voorwaardelijk
terug zullen zien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
terug zullen zien bijzin, toekomende tijd
terug zult zien bijzin, toekomende tijd
teruggezien verleden tijd, deelwoord
teruggezien te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
teruggezien te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
teruggezien te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
teruggezien te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
teruggezien te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
teruggezien worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
teruggezien zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
teruggezien zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
teruggezien zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
teruggezien zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
terugzaagt bijzin, verleden tijd
terugzag bijzin, verleden tijd
terugzagen bijzin, verleden tijd
terugzie bijzin, tegenwoordige tijd
terugziend onvoltooid, deelwoord
terugziet bijzin, tegenwoordige tijd
waart teruggezien voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren teruggezien voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren teruggezien voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren teruggezien voltooid, verleden tijd, derde persoon
was teruggezien voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was teruggezien voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was teruggezien voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd teruggezien enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd teruggezien enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd teruggezien enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden teruggezien enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden teruggezien enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden teruggezien enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt teruggezien enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word teruggezien enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden teruggezien enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden teruggezien enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden teruggezien enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt teruggezien enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt teruggezien enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zag terug verleden tijd
zal teruggezien hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal teruggezien hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal teruggezien hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal teruggezien worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal teruggezien worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal teruggezien zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal teruggezien zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal terugzien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal terugzien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal terugzien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal terugzien bijzin, toekomende tijd
zie terug gebiedende wijs
zijn teruggezien voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn teruggezien voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn teruggezien voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt teruggezien voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou teruggezien hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou teruggezien hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou teruggezien hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou teruggezien worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou teruggezien worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou teruggezien worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou teruggezien zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou teruggezien zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou teruggezien zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou terugzien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou terugzien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou terugzien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou terugzien bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) terugzien terug zou(dt) zien bijzin, voorwaardelijk
zouden teruggezien hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden teruggezien hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden teruggezien hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden teruggezien worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden teruggezien worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden teruggezien worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden teruggezien zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden teruggezien zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden teruggezien zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden terugzien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden terugzien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden terugzien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden terugzien bijzin, voorwaardelijk
zoudt teruggezien hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt teruggezien worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt teruggezien zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt terugzien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt terugzien bijzin, voorwaardelijk
zullen teruggezien hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen teruggezien hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen teruggezien hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen teruggezien worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen teruggezien worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen teruggezien worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen teruggezien zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen teruggezien zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen teruggezien zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen terugzien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen terugzien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen terugzien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen terugzien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen terugzien bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van terug bw en zien ww

Woordfamilie van terugzien

Woordvorm Relatie Afgeleid van
teruggezien voltooid deelwoord terugzien
teruggeziene woordvorm terugzien
terugzag subordinate-clause, verleden tijd terugzien
terugzagen subordinate-clause, verleden tijd terugzien
terugzie subordinate-clause, tegenwoordige tijd terugzien
terugziend onvoltooid deelwoord terugzien
terugziende woordvorm terugzien
terugziet subordinate-clause, tegenwoordige tijd terugzien
zag terug verleden tijd terugzien
zagen terug aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon terugzien
zie terug gebiedende wijs terugzien
zien terug aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon terugzien
ziet terug aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon terugzien

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van terugzien zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over terugzien

Wat is de betekenis van terugzien?
Terugzien is een werkwoord. De betekenis is: na geruime tijd opnieuw zien. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik terugzien?
Zo vervoeg je terugzien zo: het voltooid deelwoord is teruggezien. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord terugzien is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. T 2
  2. E 1
  3. R 2
  4. U 4
  5. G 3
  6. Z 4
  7. I 1
  8. E 1
  9. N 1
  10. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

terugzien levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 87 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. T 2
  2. E 1
  3. R 2
  4. U 2
  5. G 3
  6. Z 5
  7. I 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 19 zonder bonus
  11. 87 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

terugzien in het kort

terugzien staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van terugzien staan er 90 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort terugzien bij een woordfamilie van 13 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

terugzien: na geruime tijd opnieuw zien
Deel terugzien — standaardnederlands.nl