terugvechten
werkwoordBetekenis
- een aanval beantwoorden met een tegenaanval
- een achterstand teniet doen
Vervoeging van terugvechten
terugvechtenhele werkwoord — vocht terugverleden tijd enkelvoud — vochten terugverleden tijd meervoud — teruggevochtenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | vecht terug | vocht terug |
| jij | vecht terug | vocht terug |
| hij, zij, het | vecht terug | vocht terug |
| wij | vechten terug | vochten terug |
| jullie | vechten terug | vochten terug |
| zij | vechten terug | vochten terug |
Alle 86 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| had teruggevochten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had teruggevochten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had teruggevochten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden teruggevochten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden teruggevochten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden teruggevochten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt teruggevochten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb teruggevochten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben teruggevochten | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben teruggevochten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben teruggevochten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben teruggevochten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt teruggevochten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft teruggevochten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft teruggevochten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben teruggevochten | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen terugvechten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| terug te vechten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| terug te zullen vechten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| terug zal vechten | bijzin, toekomende tijd |
| terug zou vechten | bijzin, voorwaardelijk |
| terug zouden vechten | bijzin, voorwaardelijk |
| terug zoudt vechten | bijzin, voorwaardelijk |
| terug zullen vechten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| terug zullen vechten | bijzin, toekomende tijd |
| terug zult vechten | bijzin, toekomende tijd |
| teruggevochten | verleden tijd, deelwoord |
| teruggevochten te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| teruggevochten zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| terugvecht | bijzin, tegenwoordige tijd |
| terugvechtend | onvoltooid, deelwoord |
| terugvocht | bijzin, verleden tijd |
| terugvochten | bijzin, verleden tijd |
| vecht terug | gebiedende wijs |
| vecht u/je terug, vecht je terug | gebiedende wijs |
| vocht terug | verleden tijd |
| zal me terugvechten | eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal teruggevochten hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal teruggevochten hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal teruggevochten hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal terugvechten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal terugvechten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal terugvechten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal terugvechten | bijzin, toekomende tijd |
| zal zich terugvechten | derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal, zult je terugvechten | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zich teruggevochten hebben | verleden tijd |
| zich terugvechtend | onvoltooid, deelwoord |
| zou teruggevochten hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou teruggevochten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou teruggevochten hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou terugvechten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou terugvechten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou terugvechten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou terugvechten | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) terugvechten terug zou(dt) vechten | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden teruggevochten hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden teruggevochten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden teruggevochten hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden terugvechten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden terugvechten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden terugvechten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden terugvechten | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt teruggevochten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt terugvechten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt terugvechten | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen je terugvechten | tweede persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zullen ons terugvechten | eerste persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zullen teruggevochten hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen teruggevochten hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen teruggevochten hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen terugvechten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen terugvechten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen terugvechten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen terugvechten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen terugvechten | bijzin, toekomende tijd |
| zullen zich terugvechten | derde persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zult teruggevochten hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult terugvechten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult terugvechten | bijzin, toekomende tijd |
| zult u terugvechten | tweede persoon |
| zult u terugvechten | tweede persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zult zich/u terugvechten | tweede persoon |
| zult zich/u terugvechten | tweede persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zult/zal terugvechten terug zult/zal vechten | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van terug bw en vechten ww
Woordfamilie van terugvechten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| teruggevochten | voltooid deelwoord | terugvechten |
| terugvecht | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | terugvechten |
| terugvechte | with-subordinate-clause | terugvechten |
| terugvechtend | onvoltooid deelwoord | terugvechten |
| terugvechtende | woordvorm | terugvechten |
| terugvocht | subordinate-clause, verleden tijd | terugvechten |
| terugvochten | subordinate-clause, verleden tijd | terugvechten |
| vecht terug | gebiedende wijs | terugvechten |
| vechte terug | woordvorm | terugvechten |
| vechten terug | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | terugvechten |
| vocht terug | verleden tijd | terugvechten |
| vochten terug | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | terugvechten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van terugvechten zijn vastgelegd.