Naar de inhoud

terugverdienen

een eerder verlies of kostenpost weer goedmaken

terugverdienen

werkwoord

Betekenis

  1. een eerder verlies of kostenpost weer goedmaken
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Vervoeging van terugverdienen

terugverdienenhele werkwoord — verdiende terugverleden tijd enkelvoud — verdienden terugverleden tijd meervoud — terugverdiendvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verdien terug verdiende terug
jij verdient terug verdiende terug
hij, zij, het verdient terug verdiende terug
wij verdienen terug verdienden terug
jullie verdienen terug verdienden terug
zij verdienen terug verdienden terug
Alle 107 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
er is terugverdiend impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was terugverdiend impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd terugverdiend impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt terugverdiend impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal terugverdiend worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal terugverdiend zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou terugverdiend worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou terugverdiend zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had terugverdiend voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had terugverdiend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had terugverdiend voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden terugverdiend voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden terugverdiend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden terugverdiend voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt terugverdiend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb terugverdiend voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben terugverdiend actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben terugverdiend voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben terugverdiend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben terugverdiend voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt terugverdiend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft terugverdiend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft terugverdiend voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is terugverdiend voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben terugverdiend actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen terugverdienen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
terug te verdienen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
terug te zullen verdienen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
terug zal verdienen bijzin, toekomende tijd
terug zou verdienen bijzin, voorwaardelijk
terug zouden verdienen bijzin, voorwaardelijk
terug zoudt verdienen bijzin, voorwaardelijk
terug zullen verdienen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
terug zullen verdienen bijzin, toekomende tijd
terug zult verdienen bijzin, toekomende tijd
terugverdien bijzin, tegenwoordige tijd
terugverdiend verleden tijd, deelwoord
terugverdiend te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
terugverdiend te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
terugverdiend te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
terugverdiend te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
terugverdiend te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
terugverdiend worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
terugverdiend zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
terugverdiend zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
terugverdiend zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
terugverdiend zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
terugverdiende bijzin, verleden tijd
terugverdienden bijzin, verleden tijd
terugverdienend onvoltooid, deelwoord
terugverdient bijzin, tegenwoordige tijd
verdien terug gebiedende wijs
verdiende terug verleden tijd
waren terugverdiend voltooid, verleden tijd, derde persoon
was terugverdiend voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd terugverdiend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werden terugverdiend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
worden terugverdiend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt terugverdiend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
zal terugverdiend hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal terugverdiend hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal terugverdiend hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal terugverdiend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal terugverdiend zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal terugverdienen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal terugverdienen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal terugverdienen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal terugverdienen bijzin, toekomende tijd
zijn terugverdiend voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zou terugverdiend hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou terugverdiend hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou terugverdiend hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou terugverdiend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou terugverdiend zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou terugverdienen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou terugverdienen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou terugverdienen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou terugverdienen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) terugverdienen terug zou(dt) verdienen bijzin, voorwaardelijk
zouden terugverdiend hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden terugverdiend hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden terugverdiend hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden terugverdiend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden terugverdiend zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden terugverdienen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden terugverdienen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden terugverdienen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden terugverdienen bijzin, voorwaardelijk
zoudt terugverdiend hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt terugverdienen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt terugverdienen bijzin, voorwaardelijk
zullen terugverdiend hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen terugverdiend hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen terugverdiend hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen terugverdiend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen terugverdiend zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen terugverdienen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen terugverdienen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen terugverdienen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen terugverdienen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen terugverdienen bijzin, toekomende tijd
zult terugverdiend hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult terugverdienen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult terugverdienen bijzin, toekomende tijd
zult/zal terugverdienen terug zult/zal verdienen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van terug bw en verdienen ww

Woordfamilie van terugverdienen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
terugverdien subordinate-clause, tegenwoordige tijd terugverdienen
terugverdiend voltooid deelwoord terugverdienen
terugverdiende subordinate-clause, verleden tijd terugverdienen
terugverdienden subordinate-clause, verleden tijd terugverdienen
terugverdiene with-subordinate-clause terugverdienen
terugverdienend onvoltooid deelwoord terugverdienen
terugverdienende woordvorm terugverdienen
terugverdient subordinate-clause, tegenwoordige tijd terugverdienen
verdien terug gebiedende wijs terugverdienen
verdiende terug verleden tijd terugverdienen
verdienden terug aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon terugverdienen
verdiene terug woordvorm terugverdienen
verdienen terug aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon terugverdienen
verdient terug aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon terugverdienen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van terugverdienen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over terugverdienen

Wat betekent terugverdienen?
Terugverdienen is een werkwoord. Het woord betekent: een eerder verlies of kostenpost weer goedmaken. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je terugverdienen?
Je vervoegt terugverdienen als volgt: het voltooid deelwoord is terugverdiend. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord terugverdienen is 26 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. T 2
  2. E 1
  3. R 2
  4. U 4
  5. G 3
  6. V 4
  7. E 1
  8. R 2
  9. D 2
  10. I 1
  11. E 1
  12. N 1
  13. E 1
  14. N 1
  15. 26 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

terugverdienen levert met Wordfeud minimaal 25 en maximaal 99 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. T 2
  2. E 1
  3. R 2
  4. U 2
  5. G 3
  6. V 4
  7. E 1
  8. R 2
  9. D 2
  10. I 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. E 1
  14. N 1
  15. 25 zonder bonus
  16. 99 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

terugverdienen in het kort

terugverdienen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van terugverdienen zijn 78 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort terugverdienen bij een woordfamilie van 14 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

terugverdienen: een eerder verlies of kostenpost weer goedmaken
Deel terugverdienen — standaardnederlands.nl