terugontvangen
werkwoordBetekenis
- weer ontvangen wat men heeft weggestuurd
- ontvangen wat men geleend, voorgeschoten of bij een betaling te veel gegeven heeft
Vervoeging van terugontvangen
terugontvangenhele werkwoord — ontving terugverleden tijd enkelvoud — ontvingen terugverleden tijd meervoud — terugontvangenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | ontvang terug | ontving terug |
| jij | ontvangt terug | ontving terug |
| hij, zij, het | ontvangt terug | ontving terug |
| wij | ontvangen terug | ontvingen terug |
| jullie | ontvangen terug | ontvingen terug |
| zij | ontvangen terug | ontvingen terug |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben terugontvangen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent terugontvangen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is terugontvangen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was terugontvangen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd terugontvangen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt terugontvangen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal terugontvangen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal terugontvangen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou terugontvangen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou terugontvangen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had terugontvangen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had terugontvangen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had terugontvangen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden terugontvangen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden terugontvangen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden terugontvangen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt terugontvangen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb terugontvangen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben terugontvangen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben terugontvangen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben terugontvangen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben terugontvangen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt terugontvangen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft terugontvangen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft terugontvangen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is terugontvangen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is terugontvangen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| ontvang terug | gebiedende wijs |
| ontving terug | verleden tijd |
| te hebben terugontvangen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen terugontvangen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| terug te ontvangen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| terug te zullen ontvangen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| terug zal ontvangen | bijzin, toekomende tijd |
| terug zou ontvangen | bijzin, voorwaardelijk |
| terug zouden ontvangen | bijzin, voorwaardelijk |
| terug zoudt ontvangen | bijzin, voorwaardelijk |
| terug zullen ontvangen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| terug zullen ontvangen | bijzin, toekomende tijd |
| terug zult ontvangen | bijzin, toekomende tijd |
| terugontvang | bijzin, tegenwoordige tijd |
| terugontvangen | verleden tijd, deelwoord |
| terugontvangen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| terugontvangen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| terugontvangen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| terugontvangen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| terugontvangen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| terugontvangen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| terugontvangen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| terugontvangen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| terugontvangen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| terugontvangen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| terugontvangend | onvoltooid, deelwoord |
| terugontvangt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| terugontving | bijzin, verleden tijd |
| terugontvingen | bijzin, verleden tijd |
| waart terugontvangen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren terugontvangen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren terugontvangen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren terugontvangen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was terugontvangen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was terugontvangen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was terugontvangen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd terugontvangen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd terugontvangen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd terugontvangen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden terugontvangen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden terugontvangen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden terugontvangen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt terugontvangen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word terugontvangen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden terugontvangen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden terugontvangen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden terugontvangen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt terugontvangen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt terugontvangen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal terugontvangen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal terugontvangen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal terugontvangen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal terugontvangen | bijzin, toekomende tijd |
| zal terugontvangen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal terugontvangen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal terugontvangen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal terugontvangen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal terugontvangen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal terugontvangen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal terugontvangen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn terugontvangen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn terugontvangen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn terugontvangen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt terugontvangen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou terugontvangen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou terugontvangen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou terugontvangen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou terugontvangen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou terugontvangen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou terugontvangen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou terugontvangen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou terugontvangen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou terugontvangen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou terugontvangen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou terugontvangen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou terugontvangen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou terugontvangen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou(dt) terugontvangen terug zou(dt) ontvangen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden terugontvangen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden terugontvangen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden terugontvangen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden terugontvangen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden terugontvangen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden terugontvangen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden terugontvangen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden terugontvangen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden terugontvangen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden terugontvangen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden terugontvangen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden terugontvangen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden terugontvangen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt terugontvangen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt terugontvangen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt terugontvangen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt terugontvangen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt terugontvangen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen terugontvangen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen terugontvangen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen terugontvangen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen terugontvangen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen terugontvangen | bijzin, toekomende tijd |
| zullen terugontvangen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen terugontvangen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen terugontvangen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen terugontvangen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen terugontvangen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen terugontvangen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen terugontvangen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen terugontvangen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen terugontvangen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult terugontvangen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van terug bw en ontvangen ww
Woordfamilie van terugontvangen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ontvang terug | gebiedende wijs | terugontvangen |
| ontvange terug | woordvorm | terugontvangen |
| ontvangen terug | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | terugontvangen |
| ontvangt terug | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | terugontvangen |
| ontving terug | verleden tijd | terugontvangen |
| ontvingen terug | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | terugontvangen |
| terugontvang | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | terugontvangen |
| terugontvange | with-subordinate-clause | terugontvangen |
| terugontvangend | onvoltooid deelwoord | terugontvangen |
| terugontvangende | woordvorm | terugontvangen |
| terugontvangt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | terugontvangen |
| terugontving | subordinate-clause, verleden tijd | terugontvangen |
| terugontvingen | subordinate-clause, verleden tijd | terugontvangen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van terugontvangen zijn vastgelegd.