Naar de inhoud

terugnemen

een voorwerp opnieuw in bezit terugontvangen

terugnemen

werkwoord /tə'rɵxnemə(n)/

Betekenis

  1. een voorwerp opnieuw in bezit terugontvangen
  2. zich excuseren voor een gedane uitspraak

Hoe spreek je terugnemen uit?

/təˈrɵxnemən/

Terugnemen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /təˈrɵxnemən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
t tak
ə de
r rood
ɵ put
x acht
n nek
e veel
m maan
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. terugkomen op en/of zich excuseren voor een eerder gedane uitspraak transitive

Vervoeging van terugnemen

terugnemenhele werkwoord — nam terugverleden tijd enkelvoud — namen terugverleden tijd meervoud — teruggenomenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik neem terug nam terug
jij neemt terug naamt terug
hij, zij, het neemt terug nam terug
wij nemen terug namen terug
jullie nemen terug namen terug
zij nemen terug namen terug
Alle 146 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben teruggenomen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent teruggenomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is teruggenomen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was teruggenomen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd teruggenomen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt teruggenomen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal teruggenomen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal teruggenomen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou teruggenomen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou teruggenomen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had teruggenomen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had teruggenomen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had teruggenomen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden teruggenomen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden teruggenomen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden teruggenomen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt teruggenomen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb teruggenomen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben teruggenomen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben teruggenomen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben teruggenomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben teruggenomen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt teruggenomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft teruggenomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft teruggenomen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is teruggenomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is teruggenomen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
nam terug verleden tijd
neem terug gebiedende wijs
te hebben teruggenomen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen terugnemen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
terug te nemen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
terug te zullen nemen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
terug zal nemen bijzin, toekomende tijd
terug zou nemen bijzin, voorwaardelijk
terug zouden nemen bijzin, voorwaardelijk
terug zoudt nemen bijzin, voorwaardelijk
terug zullen nemen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
terug zullen nemen bijzin, toekomende tijd
terug zult nemen bijzin, toekomende tijd
teruggenomen verleden tijd, deelwoord
teruggenomen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
teruggenomen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
teruggenomen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
teruggenomen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
teruggenomen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
teruggenomen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
teruggenomen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
teruggenomen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
teruggenomen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
teruggenomen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
terugnaamt bijzin, verleden tijd
terugnam bijzin, verleden tijd
terugnamen bijzin, verleden tijd
terugneem bijzin, tegenwoordige tijd
terugneemt bijzin, tegenwoordige tijd
terugnemend onvoltooid, deelwoord
waart teruggenomen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren teruggenomen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren teruggenomen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren teruggenomen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was teruggenomen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was teruggenomen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was teruggenomen voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd teruggenomen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd teruggenomen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd teruggenomen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden teruggenomen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden teruggenomen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden teruggenomen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt teruggenomen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word teruggenomen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden teruggenomen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden teruggenomen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden teruggenomen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt teruggenomen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt teruggenomen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal teruggenomen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal teruggenomen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal teruggenomen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal teruggenomen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal teruggenomen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal teruggenomen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal teruggenomen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal terugnemen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal terugnemen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal terugnemen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal terugnemen bijzin, toekomende tijd
zijn teruggenomen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn teruggenomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn teruggenomen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt teruggenomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou teruggenomen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou teruggenomen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou teruggenomen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou teruggenomen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou teruggenomen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou teruggenomen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou teruggenomen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou teruggenomen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou teruggenomen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou terugnemen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou terugnemen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou terugnemen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou terugnemen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) terugnemen terug zou(dt) nemen bijzin, voorwaardelijk
zouden teruggenomen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden teruggenomen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden teruggenomen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden teruggenomen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden teruggenomen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden teruggenomen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden teruggenomen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden teruggenomen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden teruggenomen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden terugnemen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden terugnemen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden terugnemen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden terugnemen bijzin, voorwaardelijk
zoudt teruggenomen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt teruggenomen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt teruggenomen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt terugnemen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt terugnemen bijzin, voorwaardelijk
zullen teruggenomen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen teruggenomen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen teruggenomen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen teruggenomen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen teruggenomen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen teruggenomen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen teruggenomen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen teruggenomen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen teruggenomen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen terugnemen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen terugnemen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen terugnemen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen terugnemen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen terugnemen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van terug bw en nemen ww

Woordfamilie van terugnemen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
naamt terug aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, enkelvoud, 2e persoon terugnemen
nam terug verleden tijd terugnemen
namen terug aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon terugnemen
neem terug gebiedende wijs terugnemen
neemt terug aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon terugnemen
neme terug woordvorm terugnemen
nemen terug aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon terugnemen
teruggenomen voltooid deelwoord terugnemen
terugnam subordinate-clause, verleden tijd terugnemen
terugnamen subordinate-clause, verleden tijd terugnemen
terugneem subordinate-clause, tegenwoordige tijd terugnemen
terugneemt subordinate-clause, tegenwoordige tijd terugnemen
terugneme with-subordinate-clause terugnemen
terugnemend onvoltooid deelwoord terugnemen
terugnemende woordvorm terugnemen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van terugnemen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over terugnemen

Hoe spreek ik terugnemen uit?
Zo spreek je terugnemen uit: /tə'rɵxnemə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van terugnemen?
Terugnemen is een werkwoord. De betekenis is: een voorwerp opnieuw in bezit terugontvangen. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik terugnemen?
Zo vervoeg je terugnemen zo: het voltooid deelwoord is teruggenomen. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord terugnemen is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. T 2
  2. E 1
  3. R 2
  4. U 4
  5. G 3
  6. N 1
  7. E 1
  8. M 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

terugnemen levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. T 2
  2. E 1
  3. R 2
  4. U 2
  5. G 3
  6. N 1
  7. E 1
  8. M 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 17 zonder bonus
  12. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (G) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

terugnemen in het kort

terugnemen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van terugnemen staan er 90 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort terugnemen bij een woordfamilie van 15 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

terugnemen: een voorwerp opnieuw in bezit terugontvangen
Deel terugnemen — standaardnederlands.nl