terugdrijven
werkwoordBetekenis
- doen voortbewegen naar de oorspronkelijke richting
- zich voortbewegen in richting waar het vandaan kwam.
- een aantal beperken
- tweede betekenisomschrijving.
- enz.
Vervoeging van terugdrijven
terugdrijvenhele werkwoord — dreef terugverleden tijd enkelvoud — dreven terugverleden tijd meervoud — teruggedrevenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | drijf terug | dreef terug |
| jij | drijft terug | dreef terug |
| hij, zij, het | drijft terug | dreef terug |
| wij | drijven terug | dreven terug |
| jullie | drijven terug | dreven terug |
| zij | drijven terug | dreven terug |
Alle 74 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| dreef terug | verleden tijd |
| drijf terug | gebiedende wijs |
| ev. | gebiedende wijs |
| had teruggedreven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had teruggedreven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had teruggedreven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden teruggedreven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden teruggedreven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden teruggedreven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt teruggedreven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb teruggedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben teruggedreven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben teruggedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben teruggedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben teruggedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt teruggedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft teruggedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft teruggedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben teruggedreven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen terugdrijven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| terug te drijven | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| terug te zullen drijven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| terug zal drijven | bijzin, toekomende tijd |
| terug zou drijven | bijzin, voorwaardelijk |
| terug zouden drijven | bijzin, voorwaardelijk |
| terug zoudt drijven | bijzin, voorwaardelijk |
| terug zullen drijven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| terug zullen drijven | bijzin, toekomende tijd |
| terug zult drijven | bijzin, toekomende tijd |
| terugdreef | bijzin, verleden tijd |
| terugdreven | bijzin, verleden tijd |
| terugdrijf | bijzin, tegenwoordige tijd |
| terugdrijft | bijzin, tegenwoordige tijd |
| terugdrijvend | onvoltooid, deelwoord |
| teruggedreven | verleden tijd, deelwoord |
| teruggedreven te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| teruggedreven zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zal terugdrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal terugdrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal terugdrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal terugdrijven | bijzin, toekomende tijd |
| zal teruggedreven hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal teruggedreven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal teruggedreven hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou terugdrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou terugdrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou terugdrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou terugdrijven | bijzin, voorwaardelijk |
| zou teruggedreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou teruggedreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou teruggedreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou(dt) terugdrijven terug zou(dt) drijven | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden terugdrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden terugdrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden terugdrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden terugdrijven | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden teruggedreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden teruggedreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden teruggedreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt terugdrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt terugdrijven | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt teruggedreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen terugdrijven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen terugdrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen terugdrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen terugdrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen terugdrijven | bijzin, toekomende tijd |
| zullen teruggedreven hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen teruggedreven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen teruggedreven hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult terugdrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult terugdrijven | bijzin, toekomende tijd |
| zult teruggedreven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult/zal terugdrijven terug zult/zal drijven | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van terug en drijven
Woordfamilie van terugdrijven
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| dreef terug | verleden tijd | terugdrijven |
| dreven terug | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | terugdrijven |
| drijf terug | gebiedende wijs | terugdrijven |
| drijft terug | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | terugdrijven |
| drijve terug | woordvorm | terugdrijven |
| drijven terug | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | terugdrijven |
| terugdreef | subordinate-clause, verleden tijd | terugdrijven |
| terugdreven | subordinate-clause, verleden tijd | terugdrijven |
| terugdrijf | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | terugdrijven |
| terugdrijft | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | terugdrijven |
| terugdrijve | with-subordinate-clause | terugdrijven |
| terugdrijvend | onvoltooid deelwoord | terugdrijven |
| terugdrijvende | woordvorm | terugdrijven |
| teruggedreven | voltooid deelwoord | terugdrijven |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van terugdrijven zijn vastgelegd.