Naar de inhoud

terugdringen

dringen naar de oorspronkelijke richting

terugdringen

werkwoord /t(ə)ˈrʏɣ.drɪŋə(n)/

Betekenis

  1. dringen naar de oorspronkelijke richting
  2. een aantal beperken
  3. tweede betekenisomschrijving.
  4. enz.

Hoe spreek je terugdringen uit?

/təˈrʏxdrɪŋən/

Terugdringen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /təˈrʏxdrɪŋən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
t tak
ə de
r rood
ʏ put
x acht
d dak
ɪ pit
ŋ ding
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van terugdringen

terugdringenhele werkwoord — drong terugverleden tijd enkelvoud — drongen terugverleden tijd meervoud — teruggedrongenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik dring terug drong terug
jij dringt terug drong terug
hij, zij, het dringt terug drong terug
wij dringen terug drongen terug
jullie dringen terug drongen terug
zij dringen terug drongen terug
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben teruggedrongen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent teruggedrongen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
dring terug gebiedende wijs
drong terug verleden tijd
er is teruggedrongen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was teruggedrongen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd teruggedrongen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt teruggedrongen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal teruggedrongen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal teruggedrongen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou teruggedrongen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou teruggedrongen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had teruggedrongen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had teruggedrongen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had teruggedrongen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden teruggedrongen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden teruggedrongen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden teruggedrongen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt teruggedrongen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb teruggedrongen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben teruggedrongen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben teruggedrongen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben teruggedrongen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben teruggedrongen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt teruggedrongen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft teruggedrongen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft teruggedrongen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is teruggedrongen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is teruggedrongen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben teruggedrongen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen terugdringen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
terug te dringen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
terug te zullen dringen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
terug zal dringen bijzin, toekomende tijd
terug zou dringen bijzin, voorwaardelijk
terug zouden dringen bijzin, voorwaardelijk
terug zoudt dringen bijzin, voorwaardelijk
terug zullen dringen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
terug zullen dringen bijzin, toekomende tijd
terug zult dringen bijzin, toekomende tijd
terugdring bijzin, tegenwoordige tijd
terugdringend onvoltooid, deelwoord
terugdringt bijzin, tegenwoordige tijd
terugdrong bijzin, verleden tijd
terugdrongen bijzin, verleden tijd
teruggedrongen verleden tijd, deelwoord
teruggedrongen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
teruggedrongen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
teruggedrongen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
teruggedrongen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
teruggedrongen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
teruggedrongen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
teruggedrongen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
teruggedrongen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
teruggedrongen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
teruggedrongen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
waart teruggedrongen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren teruggedrongen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren teruggedrongen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren teruggedrongen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was teruggedrongen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was teruggedrongen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was teruggedrongen voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd teruggedrongen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd teruggedrongen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd teruggedrongen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden teruggedrongen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden teruggedrongen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden teruggedrongen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt teruggedrongen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word teruggedrongen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden teruggedrongen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden teruggedrongen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden teruggedrongen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt teruggedrongen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt teruggedrongen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal terugdringen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal terugdringen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal terugdringen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal terugdringen bijzin, toekomende tijd
zal teruggedrongen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal teruggedrongen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal teruggedrongen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal teruggedrongen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal teruggedrongen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal teruggedrongen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal teruggedrongen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn teruggedrongen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn teruggedrongen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn teruggedrongen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt teruggedrongen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou terugdringen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou terugdringen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou terugdringen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou terugdringen bijzin, voorwaardelijk
zou teruggedrongen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou teruggedrongen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou teruggedrongen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou teruggedrongen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou teruggedrongen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou teruggedrongen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou teruggedrongen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou teruggedrongen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou teruggedrongen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) terugdringen terug zou(dt) dringen bijzin, voorwaardelijk
zouden terugdringen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden terugdringen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden terugdringen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden terugdringen bijzin, voorwaardelijk
zouden teruggedrongen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden teruggedrongen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden teruggedrongen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden teruggedrongen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden teruggedrongen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden teruggedrongen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden teruggedrongen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden teruggedrongen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden teruggedrongen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt terugdringen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt terugdringen bijzin, voorwaardelijk
zoudt teruggedrongen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt teruggedrongen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt teruggedrongen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen terugdringen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen terugdringen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen terugdringen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen terugdringen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen terugdringen bijzin, toekomende tijd
zullen teruggedrongen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen teruggedrongen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen teruggedrongen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen teruggedrongen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen teruggedrongen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen teruggedrongen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen teruggedrongen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen teruggedrongen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen teruggedrongen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult terugdringen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van terug en dringen

Woordfamilie van terugdringen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
dring terug gebiedende wijs terugdringen
dringe terug woordvorm terugdringen
dringen terug aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon terugdringen
dringt terug aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon terugdringen
drong terug verleden tijd terugdringen
drongen terug aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon terugdringen
terugdring subordinate-clause, tegenwoordige tijd terugdringen
terugdringe with-subordinate-clause terugdringen
terugdringend onvoltooid deelwoord terugdringen
terugdringende woordvorm terugdringen
terugdringt subordinate-clause, tegenwoordige tijd terugdringen
terugdrong subordinate-clause, verleden tijd terugdringen
terugdrongen subordinate-clause, verleden tijd terugdringen
teruggedrongen voltooid deelwoord terugdringen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van terugdringen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over terugdringen

Hoe spreek ik terugdringen uit?
Zo spreek je terugdringen uit: /t(ə)ˈrʏɣ.drɪŋə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van terugdringen?
Terugdringen is een werkwoord. De betekenis is: dringen naar de oorspronkelijke richting. In totaal staan er 4 betekenissen.
Hoe vervoeg ik terugdringen?
Zo vervoeg je terugdringen zo: het voltooid deelwoord is teruggedrongen. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord terugdringen is 23 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. T 2
  2. E 1
  3. R 2
  4. U 4
  5. G 3
  6. D 2
  7. R 2
  8. I 1
  9. N 1
  10. G 3
  11. E 1
  12. N 1
  13. 23 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

terugdringen levert met Wordfeud minimaal 22 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. T 2
  2. E 1
  3. R 2
  4. U 2
  5. G 3
  6. D 2
  7. R 2
  8. I 2
  9. N 1
  10. G 3
  11. E 1
  12. N 1
  13. 22 zonder bonus
  14. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (G) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

terugdringen in het kort

terugdringen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 4 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van terugdringen staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort terugdringen bij een woordfamilie van 14 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

terugdringen: dringen naar de oorspronkelijke richting
Deel terugdringen — standaardnederlands.nl