Naar de inhoud

terugdraaien

ongedaan maken

terugdraaien

werkwoord

Betekenis

  1. ongedaan maken
  2. achteruit draaien

Vervoeging van terugdraaien

terugdraaienhele werkwoord — draaide terugverleden tijd enkelvoud — draaiden terugverleden tijd meervoud — teruggedraaidvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik draai terug draaide terug
jij draait terug draaide terug
hij, zij, het draait terug draaide terug
wij draaien terug draaiden terug
jullie draaien terug draaiden terug
zij draaien terug draaiden terug
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben teruggedraaid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent teruggedraaid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
draai terug gebiedende wijs
draaide terug verleden tijd
er is teruggedraaid impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was teruggedraaid impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd teruggedraaid impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt teruggedraaid impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal teruggedraaid worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal teruggedraaid zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou teruggedraaid worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou teruggedraaid zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had teruggedraaid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had teruggedraaid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had teruggedraaid voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden teruggedraaid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden teruggedraaid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden teruggedraaid voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt teruggedraaid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb teruggedraaid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben teruggedraaid actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben teruggedraaid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben teruggedraaid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben teruggedraaid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt teruggedraaid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft teruggedraaid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft teruggedraaid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is teruggedraaid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is teruggedraaid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben teruggedraaid actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen terugdraaien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
terug te draaien actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
terug te zullen draaien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
terug zal draaien bijzin, toekomende tijd
terug zou draaien bijzin, voorwaardelijk
terug zouden draaien bijzin, voorwaardelijk
terug zoudt draaien bijzin, voorwaardelijk
terug zullen draaien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
terug zullen draaien bijzin, toekomende tijd
terug zult draaien bijzin, toekomende tijd
terugdraai bijzin, tegenwoordige tijd
terugdraaide bijzin, verleden tijd
terugdraaiden bijzin, verleden tijd
terugdraaiend onvoltooid, deelwoord
terugdraait bijzin, tegenwoordige tijd
teruggedraaid verleden tijd, deelwoord
teruggedraaid te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
teruggedraaid te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
teruggedraaid te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
teruggedraaid te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
teruggedraaid te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
teruggedraaid worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
teruggedraaid zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
teruggedraaid zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
teruggedraaid zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
teruggedraaid zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
waart teruggedraaid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren teruggedraaid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren teruggedraaid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren teruggedraaid voltooid, verleden tijd, derde persoon
was teruggedraaid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was teruggedraaid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was teruggedraaid voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd teruggedraaid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd teruggedraaid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd teruggedraaid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden teruggedraaid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden teruggedraaid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden teruggedraaid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt teruggedraaid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word teruggedraaid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden teruggedraaid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden teruggedraaid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden teruggedraaid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt teruggedraaid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt teruggedraaid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal terugdraaien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal terugdraaien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal terugdraaien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal terugdraaien bijzin, toekomende tijd
zal teruggedraaid hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal teruggedraaid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal teruggedraaid hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal teruggedraaid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal teruggedraaid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal teruggedraaid zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal teruggedraaid zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn teruggedraaid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn teruggedraaid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn teruggedraaid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt teruggedraaid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou terugdraaien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou terugdraaien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou terugdraaien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou terugdraaien bijzin, voorwaardelijk
zou teruggedraaid hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou teruggedraaid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou teruggedraaid hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou teruggedraaid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou teruggedraaid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou teruggedraaid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou teruggedraaid zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou teruggedraaid zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou teruggedraaid zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) terugdraaien terug zou(dt) draaien bijzin, voorwaardelijk
zouden terugdraaien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden terugdraaien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden terugdraaien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden terugdraaien bijzin, voorwaardelijk
zouden teruggedraaid hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden teruggedraaid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden teruggedraaid hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden teruggedraaid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden teruggedraaid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden teruggedraaid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden teruggedraaid zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden teruggedraaid zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden teruggedraaid zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt terugdraaien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt terugdraaien bijzin, voorwaardelijk
zoudt teruggedraaid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt teruggedraaid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt teruggedraaid zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen terugdraaien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen terugdraaien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen terugdraaien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen terugdraaien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen terugdraaien bijzin, toekomende tijd
zullen teruggedraaid hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen teruggedraaid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen teruggedraaid hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen teruggedraaid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen teruggedraaid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen teruggedraaid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen teruggedraaid zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen teruggedraaid zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen teruggedraaid zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult terugdraaien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van terug en draaien

Woordfamilie van terugdraaien

Woordvorm Relatie Afgeleid van
draai terug gebiedende wijs terugdraaien
draaide terug verleden tijd terugdraaien
draaiden terug aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon terugdraaien
draaie terug woordvorm terugdraaien
draaien terug aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon terugdraaien
draait terug aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon terugdraaien
terugdraai subordinate-clause, tegenwoordige tijd terugdraaien
terugdraaide subordinate-clause, verleden tijd terugdraaien
terugdraaiden subordinate-clause, verleden tijd terugdraaien
terugdraaie with-subordinate-clause terugdraaien
terugdraaiend onvoltooid deelwoord terugdraaien
terugdraaiende woordvorm terugdraaien
terugdraait subordinate-clause, tegenwoordige tijd terugdraaien
teruggedraaid voltooid deelwoord terugdraaien
teruggedraaide woordvorm terugdraaien

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van terugdraaien zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over terugdraaien

Wat betekent terugdraaien?
Terugdraaien is een werkwoord. Het woord betekent: ongedaan maken. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je terugdraaien?
Je vervoegt terugdraaien als volgt: het voltooid deelwoord is teruggedraaid. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord terugdraaien is 21 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. T 2
  2. E 1
  3. R 2
  4. U 4
  5. G 3
  6. D 2
  7. R 2
  8. A 1
  9. A 1
  10. I 1
  11. E 1
  12. N 1
  13. 21 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

terugdraaien levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 78 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. T 2
  2. E 1
  3. R 2
  4. U 2
  5. G 3
  6. D 2
  7. R 2
  8. A 1
  9. A 1
  10. I 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 20 zonder bonus
  14. 78 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (G) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

terugdraaien in het kort

terugdraaien staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van terugdraaien zijn 88 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort terugdraaien bij een woordfamilie van 15 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

terugdraaien: ongedaan maken
Deel terugdraaien — standaardnederlands.nl