Naar de inhoud

terugdeinzen

van schrik zich achteruit bewegen

terugdeinzen

werkwoord

Betekenis

  1. van schrik zich achteruit bewegen

Vervoeging van terugdeinzen

terugdeinzenhele werkwoord — deinsde terugverleden tijd enkelvoud — deinsden terugverleden tijd meervoud — teruggedeinsdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik deins terug deinsde terug
jij deinst terug deinsde terug
hij, zij, het deinst terug deinsde terug
wij deinzen terug deinsden terug
jullie deinzen terug deinsden terug
zij deinzen terug deinsden terug
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben teruggedeinsd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent teruggedeinsd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
deins terug gebiedende wijs
deinsde terug verleden tijd
ev. gebiedende wijs
is teruggedeinsd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is teruggedeinsd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te zijn teruggedeinsd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen terugdeinzen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
terug te deinzen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
terug te zullen deinzen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
terug zal deinzen bijzin, toekomende tijd
terug zou deinzen bijzin, voorwaardelijk
terug zouden deinzen bijzin, voorwaardelijk
terug zoudt deinzen bijzin, voorwaardelijk
terug zullen deinzen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
terug zullen deinzen bijzin, toekomende tijd
terug zult deinzen bijzin, toekomende tijd
terugdeins bijzin, tegenwoordige tijd
terugdeinsde bijzin, verleden tijd
terugdeinsden bijzin, verleden tijd
terugdeinst bijzin, tegenwoordige tijd
terugdeinzend onvoltooid, deelwoord
teruggedeinsd verleden tijd, deelwoord
teruggedeinsd te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
teruggedeinsd zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
waart teruggedeinsd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren teruggedeinsd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren teruggedeinsd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren teruggedeinsd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was teruggedeinsd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was teruggedeinsd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was teruggedeinsd voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal terugdeinzen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal terugdeinzen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal terugdeinzen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal terugdeinzen bijzin, toekomende tijd
zal teruggedeinsd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal teruggedeinsd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal teruggedeinsd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn teruggedeinsd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn teruggedeinsd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn teruggedeinsd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn teruggedeinsd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt teruggedeinsd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou terugdeinzen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou terugdeinzen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou terugdeinzen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou terugdeinzen bijzin, voorwaardelijk
zou teruggedeinsd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou teruggedeinsd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou teruggedeinsd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) terugdeinzen terug zou(dt) deinzen bijzin, voorwaardelijk
zouden terugdeinzen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden terugdeinzen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden terugdeinzen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden terugdeinzen bijzin, voorwaardelijk
zouden teruggedeinsd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden teruggedeinsd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden teruggedeinsd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt terugdeinzen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt terugdeinzen bijzin, voorwaardelijk
zoudt teruggedeinsd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen terugdeinzen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen terugdeinzen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen terugdeinzen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen terugdeinzen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen terugdeinzen bijzin, toekomende tijd
zullen teruggedeinsd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen teruggedeinsd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen teruggedeinsd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult terugdeinzen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult terugdeinzen bijzin, toekomende tijd
zult teruggedeinsd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult/zal terugdeinzen terug zult/zal deinzen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van terug bw en deinzen ww

Woordfamilie van terugdeinzen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
deins terug gebiedende wijs terugdeinzen
deinsde terug verleden tijd terugdeinzen
deinsden terug aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon terugdeinzen
deinst terug aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon terugdeinzen
deinze terug woordvorm terugdeinzen
deinzen terug aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon terugdeinzen
terugdeins subordinate-clause, tegenwoordige tijd terugdeinzen
terugdeinsde subordinate-clause, verleden tijd terugdeinzen
terugdeinsden subordinate-clause, verleden tijd terugdeinzen
terugdeinst subordinate-clause, tegenwoordige tijd terugdeinzen
terugdeinze with-subordinate-clause terugdeinzen
terugdeinzend onvoltooid deelwoord terugdeinzen
terugdeinzende woordvorm terugdeinzen
teruggedeinsd voltooid deelwoord terugdeinzen
teruggedeinsde woordvorm terugdeinzen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van terugdeinzen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over terugdeinzen

Wat betekent terugdeinzen?
Terugdeinzen is een werkwoord. Het woord betekent: van schrik zich achteruit bewegen.
Hoe vervoeg je terugdeinzen?
Je vervoegt terugdeinzen als volgt: het voltooid deelwoord is teruggedeinsd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord terugdeinzen is 23 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. T 2
  2. E 1
  3. R 2
  4. U 4
  5. G 3
  6. D 2
  7. E 1
  8. I 1
  9. N 1
  10. Z 4
  11. E 1
  12. N 1
  13. 23 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

terugdeinzen levert met Wordfeud minimaal 23 en maximaal 99 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. T 2
  2. E 1
  3. R 2
  4. U 2
  5. G 3
  6. D 2
  7. E 1
  8. I 2
  9. N 1
  10. Z 5
  11. E 1
  12. N 1
  13. 23 zonder bonus
  14. 99 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

terugdeinzen in het kort

terugdeinzen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van terugdeinzen zijn 46 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort terugdeinzen bij een woordfamilie van 15 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

terugdeinzen: van schrik zich achteruit bewegen
Deel terugdeinzen — standaardnederlands.nl