terugbrengen
werkwoord /təˈrʏxbrɛŋə(n)/Betekenis
- naar het punt van vertrek brengen
- naar de eigenaar brengen
- een eerdere of lagere toestand herstellen
Hoe spreek je terugbrengen uit?
/təˈrʏxbrɛŋən/
Terugbrengen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| ə | de |
| r | rood |
| ʏ | put |
| x | acht |
| b | bak |
| ɛ | bed |
| ŋ | ding |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van terugbrengen
terugbrengenhele werkwoord — bracht terugverleden tijd enkelvoud — brachten terugverleden tijd meervoud — teruggebrachtvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | breng terug | bracht terug |
| jij | brengt terug | bracht terug |
| hij, zij, het | brengt terug | bracht terug |
| wij | brengen terug | brachten terug |
| jullie | brengen terug | brachten terug |
| zij | brengen terug | brachten terug |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben teruggebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent teruggebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| bracht terug | verleden tijd |
| breng terug | gebiedende wijs |
| er is teruggebracht | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was teruggebracht | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd teruggebracht | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt teruggebracht | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal teruggebracht worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal teruggebracht zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou teruggebracht worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou teruggebracht zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had teruggebracht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had teruggebracht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had teruggebracht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden teruggebracht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden teruggebracht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden teruggebracht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt teruggebracht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb teruggebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben teruggebracht | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben teruggebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben teruggebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben teruggebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt teruggebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft teruggebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft teruggebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is teruggebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is teruggebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben teruggebracht | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen terugbrengen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| terug te brengen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| terug te zullen brengen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| terug zal brengen | bijzin, toekomende tijd |
| terug zou brengen | bijzin, voorwaardelijk |
| terug zouden brengen | bijzin, voorwaardelijk |
| terug zoudt brengen | bijzin, voorwaardelijk |
| terug zullen brengen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| terug zullen brengen | bijzin, toekomende tijd |
| terug zult brengen | bijzin, toekomende tijd |
| terugbracht | bijzin, verleden tijd |
| terugbrachten | bijzin, verleden tijd |
| terugbreng | bijzin, tegenwoordige tijd |
| terugbrengend | onvoltooid, deelwoord |
| terugbrengt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| teruggebracht | verleden tijd, deelwoord |
| teruggebracht te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| teruggebracht te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| teruggebracht te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| teruggebracht te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| teruggebracht te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| teruggebracht worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| teruggebracht zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| teruggebracht zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| teruggebracht zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| teruggebracht zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| waart teruggebracht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren teruggebracht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren teruggebracht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren teruggebracht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was teruggebracht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was teruggebracht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was teruggebracht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd teruggebracht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd teruggebracht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd teruggebracht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden teruggebracht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden teruggebracht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden teruggebracht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt teruggebracht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word teruggebracht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden teruggebracht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden teruggebracht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden teruggebracht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt teruggebracht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt teruggebracht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal terugbrengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal terugbrengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal terugbrengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal terugbrengen | bijzin, toekomende tijd |
| zal teruggebracht hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal teruggebracht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal teruggebracht hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal teruggebracht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal teruggebracht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal teruggebracht zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal teruggebracht zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn teruggebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn teruggebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn teruggebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt teruggebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou terugbrengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou terugbrengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou terugbrengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou terugbrengen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou teruggebracht hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou teruggebracht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou teruggebracht hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou teruggebracht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou teruggebracht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou teruggebracht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou teruggebracht zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou teruggebracht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou teruggebracht zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou(dt) terugbrengen terug zou(dt) brengen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden terugbrengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden terugbrengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden terugbrengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden terugbrengen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden teruggebracht hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden teruggebracht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden teruggebracht hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden teruggebracht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden teruggebracht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden teruggebracht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden teruggebracht zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden teruggebracht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden teruggebracht zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt terugbrengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt terugbrengen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt teruggebracht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt teruggebracht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt teruggebracht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen terugbrengen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen terugbrengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen terugbrengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen terugbrengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen terugbrengen | bijzin, toekomende tijd |
| zullen teruggebracht hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen teruggebracht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen teruggebracht hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen teruggebracht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen teruggebracht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen teruggebracht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen teruggebracht zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen teruggebracht zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen teruggebracht zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult terugbrengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van terug bw en brengen ww
Woordfamilie van terugbrengen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bracht terug | verleden tijd | terugbrengen |
| brachten terug | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | terugbrengen |
| breng terug | gebiedende wijs | terugbrengen |
| brenge terug | woordvorm | terugbrengen |
| brengen terug | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | terugbrengen |
| brengt terug | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | terugbrengen |
| terugbracht | subordinate-clause, verleden tijd | terugbrengen |
| terugbrachten | subordinate-clause, verleden tijd | terugbrengen |
| terugbreng | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | terugbrengen |
| terugbrenge | with-subordinate-clause | terugbrengen |
| terugbrengend | onvoltooid deelwoord | terugbrengen |
| terugbrengende | woordvorm | terugbrengen |
| terugbrengt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | terugbrengen |
| teruggebracht | voltooid deelwoord | terugbrengen |
| teruggebrachte | woordvorm | terugbrengen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van terugbrengen zijn vastgelegd.