Naar de inhoud

terugbellen

een eerder telefoongesprek beantwoorden

terugbellen

werkwoord

Betekenis

  1. een eerder telefoongesprek beantwoorden
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Vervoeging van terugbellen

terugbellenhele werkwoord — belde terugverleden tijd enkelvoud — belden terugverleden tijd meervoud — teruggebeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik bel terug belde terug
jij belt terug belde terug
hij, zij, het belt terug belde terug
wij bellen terug belden terug
jullie bellen terug belden terug
zij bellen terug belden terug
Alle 82 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
bel terug gebiedende wijs
belde terug verleden tijd
er is teruggebeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was teruggebeld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd teruggebeld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt teruggebeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal teruggebeld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal teruggebeld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou teruggebeld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou teruggebeld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had teruggebeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had teruggebeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had teruggebeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden teruggebeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden teruggebeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden teruggebeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt teruggebeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb teruggebeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben teruggebeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben teruggebeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben teruggebeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben teruggebeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt teruggebeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft teruggebeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft teruggebeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben teruggebeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen terugbellen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
terug te bellen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
terug te zullen bellen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
terug zal bellen bijzin, toekomende tijd
terug zou bellen bijzin, voorwaardelijk
terug zouden bellen bijzin, voorwaardelijk
terug zoudt bellen bijzin, voorwaardelijk
terug zullen bellen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
terug zullen bellen bijzin, toekomende tijd
terug zult bellen bijzin, toekomende tijd
terugbel bijzin, tegenwoordige tijd
terugbelde bijzin, verleden tijd
terugbelden bijzin, verleden tijd
terugbellend onvoltooid, deelwoord
terugbelt bijzin, tegenwoordige tijd
teruggebeld verleden tijd, deelwoord
teruggebeld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
teruggebeld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
zal terugbellen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal terugbellen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal terugbellen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal terugbellen bijzin, toekomende tijd
zal teruggebeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal teruggebeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal teruggebeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou terugbellen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou terugbellen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou terugbellen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou terugbellen bijzin, voorwaardelijk
zou teruggebeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou teruggebeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou teruggebeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) terugbellen terug zou(dt) bellen bijzin, voorwaardelijk
zouden terugbellen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden terugbellen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden terugbellen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden terugbellen bijzin, voorwaardelijk
zouden teruggebeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden teruggebeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden teruggebeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt terugbellen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt terugbellen bijzin, voorwaardelijk
zoudt teruggebeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen terugbellen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen terugbellen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen terugbellen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen terugbellen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen terugbellen bijzin, toekomende tijd
zullen teruggebeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen teruggebeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen teruggebeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult terugbellen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult terugbellen bijzin, toekomende tijd
zult teruggebeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult/zal terugbellen terug zult/zal bellen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van terug bw en bellen ww

Woordfamilie van terugbellen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bel terug gebiedende wijs terugbellen
belde terug verleden tijd terugbellen
belden terug aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon terugbellen
belle terug woordvorm terugbellen
bellen terug aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon terugbellen
belt terug aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon terugbellen
terugbel subordinate-clause, tegenwoordige tijd terugbellen
terugbelde subordinate-clause, verleden tijd terugbellen
terugbelden subordinate-clause, verleden tijd terugbellen
terugbelle with-subordinate-clause terugbellen
terugbellend onvoltooid deelwoord terugbellen
terugbellende woordvorm terugbellen
terugbelt subordinate-clause, tegenwoordige tijd terugbellen
teruggebeld voltooid deelwoord terugbellen
teruggebelde woordvorm terugbellen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van terugbellen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over terugbellen

Wat is de betekenis van terugbellen?
Terugbellen is een werkwoord. De betekenis is: een eerder telefoongesprek beantwoorden. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik terugbellen?
Zo vervoeg je terugbellen zo: het voltooid deelwoord is teruggebeld. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord terugbellen is 24 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. T 2
  2. E 1
  3. R 2
  4. U 4
  5. G 3
  6. B 3
  7. E 1
  8. L 3
  9. L 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 24 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

terugbellen levert met Wordfeud minimaal 23 en maximaal 93 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. T 2
  2. E 1
  3. R 2
  4. U 2
  5. G 3
  6. B 4
  7. E 1
  8. L 3
  9. L 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 23 zonder bonus
  13. 93 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

terugbellen in het kort

terugbellen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van terugbellen staan er 53 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort terugbellen bij een woordfamilie van 15 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

terugbellen: een eerder telefoongesprek beantwoorden
Deel terugbellen — standaardnederlands.nl