Naar de inhoud

terugbekomen

terugkrijgen

terugbekomen

werkwoord

Betekenis

  1. terugkrijgen

Vervoeging van terugbekomen

terugbekomenhele werkwoord — bekwam terugverleden tijd enkelvoud — bekwamen terugverleden tijd meervoud — terugbekomenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik bekom terug bekwam terug
jij bekomt terug bekwaamt terug
hij, zij, het bekomt terug bekwam terug
wij bekomen terug bekwamen terug
jullie bekomen terug bekwamen terug
zij bekomen terug bekwamen terug
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
bekom terug gebiedende wijs
bekwam terug verleden tijd
ev. gebiedende wijs
had terugbekomen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had terugbekomen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had terugbekomen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden terugbekomen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden terugbekomen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden terugbekomen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt terugbekomen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb terugbekomen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben terugbekomen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben terugbekomen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben terugbekomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben terugbekomen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt terugbekomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft terugbekomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft terugbekomen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben terugbekomen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen terugbekomen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
terug te bekomen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
terug te zullen bekomen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
terug zal bekomen bijzin, toekomende tijd
terug zou bekomen bijzin, voorwaardelijk
terug zouden bekomen bijzin, voorwaardelijk
terug zoudt bekomen bijzin, voorwaardelijk
terug zullen bekomen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
terug zullen bekomen bijzin, toekomende tijd
terug zult bekomen bijzin, toekomende tijd
terugbekom bijzin, tegenwoordige tijd
terugbekomen verleden tijd, deelwoord
terugbekomen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
terugbekomen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
terugbekomend onvoltooid, deelwoord
terugbekomt bijzin, tegenwoordige tijd
terugbekwaamt bijzin, verleden tijd
terugbekwam bijzin, verleden tijd
terugbekwamen bijzin, verleden tijd
zal terugbekomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal terugbekomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal terugbekomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal terugbekomen bijzin, toekomende tijd
zal terugbekomen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal terugbekomen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal terugbekomen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou terugbekomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou terugbekomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou terugbekomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou terugbekomen bijzin, voorwaardelijk
zou terugbekomen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou terugbekomen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou terugbekomen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) terugbekomen terug zou(dt) bekomen bijzin, voorwaardelijk
zouden terugbekomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden terugbekomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden terugbekomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden terugbekomen bijzin, voorwaardelijk
zouden terugbekomen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden terugbekomen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden terugbekomen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt terugbekomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt terugbekomen bijzin, voorwaardelijk
zoudt terugbekomen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen terugbekomen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen terugbekomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen terugbekomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen terugbekomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen terugbekomen bijzin, toekomende tijd
zullen terugbekomen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen terugbekomen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen terugbekomen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult terugbekomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult terugbekomen bijzin, toekomende tijd
zult terugbekomen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult/zal terugbekomen terug zult/zal bekomen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van terug bw en bekomen ww

Woordfamilie van terugbekomen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bekom terug gebiedende wijs terugbekomen
bekome terug woordvorm terugbekomen
bekomen terug aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon terugbekomen
bekomt terug aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon terugbekomen
bekwam terug verleden tijd terugbekomen
bekwamen terug aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon terugbekomen
terugbekom subordinate-clause, tegenwoordige tijd terugbekomen
terugbekome with-subordinate-clause terugbekomen
terugbekomend onvoltooid deelwoord terugbekomen
terugbekomende woordvorm terugbekomen
terugbekomt subordinate-clause, tegenwoordige tijd terugbekomen
terugbekwam subordinate-clause, verleden tijd terugbekomen
terugbekwamen subordinate-clause, verleden tijd terugbekomen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van terugbekomen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over terugbekomen

Wat is de betekenis van terugbekomen?
Terugbekomen is een werkwoord. De betekenis is: terugkrijgen.
Hoe vervoeg ik terugbekomen?
Zo vervoeg je terugbekomen zo: het voltooid deelwoord is terugbekomen. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Scrabble punten

Naar spel

Het woord terugbekomen is 25 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. T 2
  2. E 1
  3. R 2
  4. U 4
  5. G 3
  6. B 3
  7. E 1
  8. K 3
  9. O 1
  10. M 3
  11. E 1
  12. N 1
  13. 25 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

terugbekomen levert met Wordfeud minimaal 24 en maximaal 96 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. T 2
  2. E 1
  3. R 2
  4. U 2
  5. G 3
  6. B 4
  7. E 1
  8. K 3
  9. O 1
  10. M 3
  11. E 1
  12. N 1
  13. 24 zonder bonus
  14. 96 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

terugbekomen in het kort

terugbekomen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van terugbekomen staan er 46 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort terugbekomen bij een woordfamilie van 13 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

terugbekomen: terugkrijgen
Deel terugbekomen — standaardnederlands.nl