terechtkomen
werkwoordBetekenis
- uiteindelijk, vaak per ongeluk, ergens geraken
- ~ van: uiteindelijk verwezenlijkt worden
Vervoeging van terechtkomen
terechtkomenhele werkwoord — kwam terechtverleden tijd enkelvoud — kwamen terechtverleden tijd meervoud — terechtgekomenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | kom terecht | kwam terecht |
| jij | komt terecht | kwaamt terecht |
| hij, zij, het | komt terecht | kwam terecht |
| wij | komen terecht | kwamen terecht |
| jullie | komen terecht | kwamen terecht |
| zij | komen terecht | kwamen terecht |
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| had terechtgekomen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had terechtgekomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had terechtgekomen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden terechtgekomen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden terechtgekomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden terechtgekomen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt terechtgekomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb terechtgekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben terechtgekomen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben terechtgekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben terechtgekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben terechtgekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt terechtgekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft terechtgekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft terechtgekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| kom terecht | gebiedende wijs |
| kwam terecht | verleden tijd |
| te hebben terechtgekomen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen terechtkomen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| terecht te komen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| terecht te zullen komen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| terecht zal komen | bijzin, toekomende tijd |
| terecht zou komen | bijzin, voorwaardelijk |
| terecht zouden komen | bijzin, voorwaardelijk |
| terecht zoudt komen | bijzin, voorwaardelijk |
| terecht zullen komen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| terecht zullen komen | bijzin, toekomende tijd |
| terecht zult komen | bijzin, toekomende tijd |
| terechtgekomen | verleden tijd, deelwoord |
| terechtgekomen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| terechtgekomen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| terechtkom | bijzin, tegenwoordige tijd |
| terechtkomend | onvoltooid, deelwoord |
| terechtkomt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| terechtkwaamt | bijzin, verleden tijd |
| terechtkwam | bijzin, verleden tijd |
| terechtkwamen | bijzin, verleden tijd |
| zal terechtgekomen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal terechtgekomen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal terechtgekomen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal terechtkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal terechtkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal terechtkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal terechtkomen | bijzin, toekomende tijd |
| zou terechtgekomen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou terechtgekomen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou terechtgekomen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou terechtkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou terechtkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou terechtkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou terechtkomen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) terechtkomen terecht zou(dt) komen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden terechtgekomen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden terechtgekomen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden terechtgekomen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden terechtkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden terechtkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden terechtkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden terechtkomen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt terechtgekomen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt terechtkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt terechtkomen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen terechtgekomen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen terechtgekomen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen terechtgekomen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen terechtkomen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen terechtkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen terechtkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen terechtkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen terechtkomen | bijzin, toekomende tijd |
| zult terechtgekomen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult terechtkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult terechtkomen | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal terechtkomen terecht zult/zal komen | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van terecht bw en komen ww
Woordfamilie van terechtkomen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kom terecht | gebiedende wijs | terechtkomen |
| kome terecht | woordvorm | terechtkomen |
| komen terecht | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | terechtkomen |
| komt terecht | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | terechtkomen |
| kwam terecht | verleden tijd | terechtkomen |
| kwamen terecht | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | terechtkomen |
| terechtgekomen | voltooid deelwoord | terechtkomen |
| terechtkom | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | terechtkomen |
| terechtkome | with-subordinate-clause | terechtkomen |
| terechtkomend | onvoltooid deelwoord | terechtkomen |
| terechtkomende | woordvorm | terechtkomen |
| terechtkomt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | terechtkomen |
| terechtkwam | subordinate-clause, verleden tijd | terechtkomen |
| terechtkwamen | subordinate-clause, verleden tijd | terechtkomen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van terechtkomen zijn vastgelegd.