Naar de inhoud

terechtkunnen

ergens toegang hebben

terechtkunnen

werkwoord

Betekenis

  1. ergens toegang hebben
  2. ergens zijn doel kunnen bereiken

Vervoeging van terechtkunnen

terechtkunnenhele werkwoord — kon terechtverleden tijd enkelvoud — konden terechtverleden tijd meervoud — terechtgekundvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik kan terecht kon terecht
jij kan terecht (kondt terecht)
hij, zij, het kan terecht kon terecht
wij kunnen terecht konden terecht
jullie kunnen terecht konden terecht
zij kunnen terecht konden terecht
Alle 146 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben terechtgekund voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent terechtgekund voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is terechtgekund impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was terechtgekund impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd terechtgekund impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt terechtgekund impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal terechtgekund worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal terechtgekund zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou terechtgekund worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou terechtgekund zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had terechtgekund voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had terechtgekund voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had terechtgekund voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden terechtgekund voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden terechtgekund voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden terechtgekund voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt terechtgekund voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb terechtgekund voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben terechtgekund actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben terechtgekund voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben terechtgekund voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben terechtgekund voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt terechtgekund voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft terechtgekund voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft terechtgekund voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is terechtgekund voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is terechtgekund voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
kan terecht gebiedende wijs
kon terecht verleden tijd
te hebben terechtgekund actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen terechtkunnen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
terecht te kunnen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
terecht te zullen kunnen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
terecht zal kunnen bijzin, toekomende tijd
terecht zou kunnen bijzin, voorwaardelijk
terecht zouden kunnen bijzin, voorwaardelijk
terecht zoudt kunnen bijzin, voorwaardelijk
terecht zullen kunnen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
terecht zullen kunnen bijzin, toekomende tijd
terecht zult kunnen bijzin, toekomende tijd
terechtgekund verleden tijd, deelwoord
terechtgekund te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
terechtgekund te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
terechtgekund te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
terechtgekund te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
terechtgekund te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
terechtgekund worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
terechtgekund zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
terechtgekund zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
terechtgekund zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
terechtgekund zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
terechtkan bijzin, tegenwoordige tijd
terechtkon bijzin, verleden tijd
terechtkonden bijzin, verleden tijd
terechtkondt bijzin, verleden tijd
terechtkunnend onvoltooid, deelwoord
terechtkunt bijzin, tegenwoordige tijd
waart terechtgekund voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren terechtgekund voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren terechtgekund voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren terechtgekund voltooid, verleden tijd, derde persoon
was terechtgekund voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was terechtgekund voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was terechtgekund voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd terechtgekund enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd terechtgekund enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd terechtgekund enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden terechtgekund enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden terechtgekund enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden terechtgekund enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt terechtgekund enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word terechtgekund enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden terechtgekund enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden terechtgekund enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden terechtgekund enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt terechtgekund enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt terechtgekund enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal terechtgekund hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal terechtgekund hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal terechtgekund hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal terechtgekund worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal terechtgekund worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal terechtgekund zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal terechtgekund zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal terechtkunnen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal terechtkunnen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal terechtkunnen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal terechtkunnen bijzin, toekomende tijd
zijn terechtgekund voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn terechtgekund voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn terechtgekund voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt terechtgekund voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou terechtgekund hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou terechtgekund hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou terechtgekund hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou terechtgekund worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou terechtgekund worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou terechtgekund worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou terechtgekund zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou terechtgekund zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou terechtgekund zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou terechtkunnen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou terechtkunnen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou terechtkunnen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou terechtkunnen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) terechtkunnen terecht zou(dt) kunnen bijzin, voorwaardelijk
zouden terechtgekund hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden terechtgekund hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden terechtgekund hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden terechtgekund worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden terechtgekund worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden terechtgekund worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden terechtgekund zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden terechtgekund zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden terechtgekund zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden terechtkunnen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden terechtkunnen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden terechtkunnen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden terechtkunnen bijzin, voorwaardelijk
zoudt terechtgekund hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt terechtgekund worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt terechtgekund zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt terechtkunnen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt terechtkunnen bijzin, voorwaardelijk
zullen terechtgekund hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen terechtgekund hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen terechtgekund hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen terechtgekund worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen terechtgekund worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen terechtgekund worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen terechtgekund zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen terechtgekund zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen terechtgekund zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen terechtkunnen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen terechtkunnen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen terechtkunnen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen terechtkunnen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen terechtkunnen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van terecht en kunnen

Woordfamilie van terechtkunnen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
kon terecht verleden tijd terechtkunnen
kunne terecht woordvorm terechtkunnen
terechtgekund voltooid deelwoord terechtkunnen
terechtkunne with-subordinate-clause terechtkunnen
terechtkunnend onvoltooid deelwoord terechtkunnen
terechtkunnende woordvorm terechtkunnen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van terechtkunnen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over terechtkunnen

Wat betekent terechtkunnen?
Terechtkunnen is een werkwoord. Het woord betekent: ergens toegang hebben. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je terechtkunnen?
Je vervoegt terechtkunnen als volgt: het voltooid deelwoord is terechtgekund. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord terechtkunnen is 28 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. T 2
  2. E 1
  3. R 2
  4. E 1
  5. C 5
  6. H 4
  7. T 2
  8. K 3
  9. U 4
  10. N 1
  11. N 1
  12. E 1
  13. N 1
  14. 28 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

terechtkunnen levert met Wordfeud minimaal 26 en maximaal 108 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. T 2
  2. E 1
  3. R 2
  4. E 1
  5. C 5
  6. H 4
  7. T 2
  8. K 3
  9. U 2
  10. N 1
  11. N 1
  12. E 1
  13. N 1
  14. 26 zonder bonus
  15. 108 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

terechtkunnen in het kort

terechtkunnen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van terechtkunnen zijn 90 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort terechtkunnen bij een woordfamilie van 6 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

terechtkunnen: ergens toegang hebben
Deel terechtkunnen — standaardnederlands.nl