teloorgaan
werkwoord təˈlorɣanBetekenis
- verloren raken
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Hoe spreek je teloorgaan uit?
/təˈlorxan/
Teloorgaan bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| ə | de |
| l | land |
| o | boot |
| r | rood |
| x | acht |
| a | maan |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van teloorgaan
teloorgaanhele werkwoord — ging teloorverleden tijd enkelvoud — gingen teloorverleden tijd meervoud — teloorgegaanvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | ga teloor | ging teloor |
| jij | gaat teloor | ging teloor |
| hij, zij, het | gaat teloor | ging teloor |
| wij | gaan teloor | gingen teloor |
| jullie | gaan teloor | gingen teloor |
| zij | gaan teloor | gingen teloor |
Alle 76 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben teloorgegaan | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent teloorgegaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| ev. | gebiedende wijs |
| ga teloor | gebiedende wijs |
| ging teloor | verleden tijd |
| is teloorgegaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is teloorgegaan | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te zijn teloorgegaan | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen teloorgaan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| teloor te gaan | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| teloor te zullen gaan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| teloor zal gaan | bijzin, toekomende tijd |
| teloor zou gaan | bijzin, voorwaardelijk |
| teloor zouden gaan | bijzin, voorwaardelijk |
| teloor zoudt gaan | bijzin, voorwaardelijk |
| teloor zullen gaan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| teloor zullen gaan | bijzin, toekomende tijd |
| teloor zult gaan | bijzin, toekomende tijd |
| teloorga | bijzin, tegenwoordige tijd |
| teloorgaand | onvoltooid, deelwoord |
| teloorgaat | bijzin, tegenwoordige tijd |
| teloorgegaan | verleden tijd, deelwoord |
| teloorgegaan te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| teloorgegaan zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| teloorging | bijzin, verleden tijd |
| teloorgingen | bijzin, verleden tijd |
| teloorgingt | bijzin, verleden tijd |
| waart teloorgegaan | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren teloorgegaan | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren teloorgegaan | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren teloorgegaan | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was teloorgegaan | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was teloorgegaan | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was teloorgegaan | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal teloorgaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal teloorgaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal teloorgaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal teloorgaan | bijzin, toekomende tijd |
| zal teloorgegaan zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal teloorgegaan zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal teloorgegaan zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn teloorgegaan | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn teloorgegaan | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn teloorgegaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn teloorgegaan | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt teloorgegaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou teloorgaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou teloorgaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou teloorgaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou teloorgaan | bijzin, voorwaardelijk |
| zou teloorgegaan zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou teloorgegaan zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou teloorgegaan zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou(dt) teloorgaan teloor zou(dt) gaan | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden teloorgaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden teloorgaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden teloorgaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden teloorgaan | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden teloorgegaan zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden teloorgegaan zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden teloorgegaan zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt teloorgaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt teloorgaan | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt teloorgegaan zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen teloorgaan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen teloorgaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen teloorgaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen teloorgaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen teloorgaan | bijzin, toekomende tijd |
| zullen teloorgegaan zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen teloorgegaan zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen teloorgegaan zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult teloorgaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult teloorgaan | bijzin, toekomende tijd |
| zult teloorgegaan zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult/zal teloorgaan teloor zult/zal gaan | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
In de betekenis van ‘verloren gaan’ voor het eerst aangetroffen in 1635
Woordfamilie van teloorgaan
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ga teloor | gebiedende wijs | teloorgaan |
| gaan teloor | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | teloorgaan |
| gaat teloor | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | teloorgaan |
| ging teloor | verleden tijd | teloorgaan |
| gingen teloor | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | teloorgaan |
| teloorga | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | teloorgaan |
| teloorgaand | onvoltooid deelwoord | teloorgaan |
| teloorgaande | woordvorm | teloorgaan |
| teloorgaat | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | teloorgaan |
| teloorgegaan | voltooid deelwoord | teloorgaan |
| teloorging | subordinate-clause, verleden tijd | teloorgaan |
| teloorgingen | subordinate-clause, verleden tijd | teloorgaan |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van teloorgaan zijn vastgelegd.