Naar de inhoud

taxeren

schatten, de waarde bepalen.

taxeren

werkwoord

Betekenis

  1. schatten, de waarde bepalen.

Vervoeging van taxeren

taxerenhele werkwoord — taxeerdeverleden tijd enkelvoud — taxeerdenverleden tijd meervoud — getaxeerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik taxeer taxeerde
jij taxeert taxeerde
hij, zij, het taxeert taxeerde
wij taxeren taxeerden
jullie taxeren taxeerden
zij taxeren taxeerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben getaxeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent getaxeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is getaxeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was getaxeerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd getaxeerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt getaxeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal getaxeerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal getaxeerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou getaxeerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou getaxeerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
getaxeerd verleden tijd, deelwoord
getaxeerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
getaxeerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
getaxeerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
getaxeerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
getaxeerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
getaxeerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
getaxeerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
getaxeerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
getaxeerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
getaxeerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had getaxeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had getaxeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had getaxeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden getaxeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden getaxeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden getaxeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt getaxeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb getaxeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben getaxeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben getaxeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben getaxeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben getaxeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt getaxeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft getaxeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft getaxeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is getaxeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is getaxeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
taxeer gebiedende wijs
taxeerde verleden tijd
taxere aanvoegende wijs
taxerend onvoltooid, deelwoord
te hebben getaxeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te taxeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen taxeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart getaxeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren getaxeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren getaxeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren getaxeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was getaxeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was getaxeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was getaxeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd getaxeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd getaxeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd getaxeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden getaxeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden getaxeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden getaxeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt getaxeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word getaxeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden getaxeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden getaxeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden getaxeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt getaxeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt getaxeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal getaxeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal getaxeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal getaxeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal getaxeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal getaxeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal getaxeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal getaxeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal taxeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal taxeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal taxeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn getaxeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn getaxeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn getaxeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt getaxeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou getaxeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou getaxeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou getaxeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou getaxeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou getaxeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou getaxeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou getaxeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou getaxeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou getaxeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou taxeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou taxeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou taxeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden getaxeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden getaxeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden getaxeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden getaxeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden getaxeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden getaxeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden getaxeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden getaxeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden getaxeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden taxeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden taxeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden taxeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt getaxeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt getaxeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt getaxeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt taxeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen getaxeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen getaxeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen getaxeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen getaxeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen getaxeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen getaxeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen getaxeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen getaxeerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen getaxeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen taxeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen taxeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen taxeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen taxeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult getaxeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult getaxeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult getaxeerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult taxeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘schatten’ voor het eerst aangetroffen in 1288

Woordfamilie van taxeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
getaxeerd voltooid deelwoord taxeren
getaxeerde woordvorm taxeren
taxeer gebiedende wijs taxeren
taxeerde verleden tijd taxeren
taxeerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon taxeren
taxeert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon taxeren
taxere aanvoegende wijs taxeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van taxeren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over taxeren

Wat is de betekenis van taxeren?
Taxeren is een werkwoord. De betekenis is: schatten, de waarde bepalen.
Hoe vervoeg ik taxeren?
Zo vervoeg je taxeren zo: de tegenwoordige tijd is taxeer, de verleden tijd is taxeerde en het voltooid deelwoord is getaxeerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord taxeren is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. T 2
  2. A 1
  3. X 8
  4. E 1
  5. R 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

taxeren levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 136 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. T 2
  2. A 1
  3. X 8
  4. E 1
  5. R 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 16 zonder bonus
  9. 136 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (X) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

taxeren telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

taxeren in het kort

taxeren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van taxeren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort taxeren bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

taxeren: schatten, de waarde bepalen.
Deel taxeren — standaardnederlands.nl