taxeren
werkwoordBetekenis
- schatten, de waarde bepalen.
Vervoeging van taxeren
taxerenhele werkwoord — taxeerdeverleden tijd enkelvoud — taxeerdenverleden tijd meervoud — getaxeerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | taxeer | taxeerde |
| jij | taxeert | taxeerde |
| hij, zij, het | taxeert | taxeerde |
| wij | taxeren | taxeerden |
| jullie | taxeren | taxeerden |
| zij | taxeren | taxeerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben getaxeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent getaxeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is getaxeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was getaxeerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd getaxeerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt getaxeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal getaxeerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal getaxeerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou getaxeerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou getaxeerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| getaxeerd | verleden tijd, deelwoord |
| getaxeerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| getaxeerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| getaxeerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| getaxeerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| getaxeerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| getaxeerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| getaxeerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| getaxeerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| getaxeerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| getaxeerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had getaxeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had getaxeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had getaxeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden getaxeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden getaxeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden getaxeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt getaxeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb getaxeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben getaxeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben getaxeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben getaxeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben getaxeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt getaxeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft getaxeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft getaxeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is getaxeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is getaxeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| taxeer | gebiedende wijs |
| taxeerde | verleden tijd |
| taxere | aanvoegende wijs |
| taxerend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben getaxeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te taxeren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen taxeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart getaxeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren getaxeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren getaxeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren getaxeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was getaxeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was getaxeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was getaxeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd getaxeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd getaxeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd getaxeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden getaxeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden getaxeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden getaxeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt getaxeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word getaxeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden getaxeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden getaxeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden getaxeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt getaxeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt getaxeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal getaxeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal getaxeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal getaxeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal getaxeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal getaxeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal getaxeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal getaxeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal taxeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal taxeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal taxeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn getaxeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn getaxeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn getaxeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt getaxeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou getaxeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou getaxeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou getaxeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou getaxeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou getaxeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou getaxeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou getaxeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou getaxeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou getaxeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou taxeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou taxeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou taxeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden getaxeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden getaxeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden getaxeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden getaxeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden getaxeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden getaxeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden getaxeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden getaxeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden getaxeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden taxeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden taxeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden taxeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt getaxeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt getaxeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt getaxeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt taxeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen getaxeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen getaxeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen getaxeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen getaxeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen getaxeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen getaxeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen getaxeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen getaxeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen getaxeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen taxeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen taxeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen taxeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen taxeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult getaxeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult getaxeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult getaxeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult taxeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘schatten’ voor het eerst aangetroffen in 1288
Woordfamilie van taxeren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| getaxeerd | voltooid deelwoord | taxeren |
| getaxeerde | woordvorm | taxeren |
| taxeer | gebiedende wijs | taxeren |
| taxeerde | verleden tijd | taxeren |
| taxeerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | taxeren |
| taxeert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | taxeren |
| taxere | aanvoegende wijs | taxeren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van taxeren zijn vastgelegd.