Naar de inhoud

begroten

de grootte (bedrag, aantal) van iets met een calculatie inschatten

begroten

werkwoord

Betekenis

  1. de grootte (bedrag, aantal) van iets met een calculatie inschatten

Vervoeging van begroten

begrotenhele werkwoord — begrootteverleden tijd enkelvoud — begroottenverleden tijd meervoud — begrootvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik begroot begrootte
jij begroot begrootte
hij, zij, het begroot begrootte
wij begroten begrootten
jullie begroten begrootten
zij begroten begrootten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
begroot gebiedende wijs
begroot verleden tijd, deelwoord
begroot te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
begroot te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
begroot te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
begroot te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
begroot te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
begroot worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
begroot zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
begroot zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
begroot zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
begroot zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
begrootte verleden tijd
begrote aanvoegende wijs
begrotend onvoltooid, deelwoord
ben begroot voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent begroot voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is begroot impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was begroot impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd begroot impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt begroot impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal begroot worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal begroot zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou begroot worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou begroot zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had begroot voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had begroot voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had begroot voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden begroot voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden begroot voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden begroot voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt begroot voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb begroot voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben begroot actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben begroot voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben begroot voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben begroot voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt begroot voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft begroot voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft begroot voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is begroot voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is begroot voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te begroten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben begroot actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen begroten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart begroot voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren begroot voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren begroot voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren begroot voltooid, verleden tijd, derde persoon
was begroot voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was begroot voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was begroot voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd begroot enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd begroot enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd begroot enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden begroot enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden begroot enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden begroot enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt begroot enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word begroot enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden begroot enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden begroot enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden begroot enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt begroot enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt begroot enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal begroot hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal begroot hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal begroot hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal begroot worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal begroot worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal begroot zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal begroot zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal begroten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal begroten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal begroten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn begroot voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn begroot voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn begroot voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt begroot voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou begroot hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou begroot hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou begroot hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou begroot worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou begroot worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou begroot worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou begroot zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou begroot zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou begroot zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou begroten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou begroten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou begroten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden begroot hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden begroot hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden begroot hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden begroot worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden begroot worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden begroot worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden begroot zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden begroot zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden begroot zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden begroten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden begroten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden begroten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt begroot hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt begroot worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt begroot zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt begroten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen begroot hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen begroot hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen begroot hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen begroot worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen begroot worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen begroot worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen begroot zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen begroot zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen begroot zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen begroten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen begroten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen begroten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen begroten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult begroot hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult begroot worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult begroot zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult begroten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van groot of groten met het voorvoegsel be- met het achtervoegsel -en.

Woordfamilie van begroten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
begroot voltooid deelwoord begroten
begrootte verleden tijd begroten
begrootten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon begroten
begrote aanvoegende wijs begroten
begrotend onvoltooid deelwoord begroten
begrotende woordvorm begroten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van begroten zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over begroten

Wat is de betekenis van begroten?
Begroten is een werkwoord. De betekenis is: de grootte (bedrag, aantal) van iets met een calculatie inschatten.
Hoe vervoeg ik begroten?
Zo vervoeg je begroten zo: de tegenwoordige tijd is begroot, de verleden tijd is begrootte en het voltooid deelwoord is begroot. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord begroten is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. G 3
  4. R 2
  5. O 1
  6. T 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

begroten levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. G 3
  4. R 2
  5. O 1
  6. T 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 zonder bonus
  10. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

begroten in het kort

begroten staat in dit woordenboek als werkwoord. Van begroten staan er 73 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort begroten bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

begroten: de grootte (bedrag, aantal) van iets met een calculatie inschatten
Deel begroten — standaardnederlands.nl