Naar de inhoud

aanslaan

even tegen iets slaan

aanslaan

werkwoord ˈanslan

Betekenis

  1. even tegen iets slaan
  2. op militaire wijze groeten
  3. in beslag nemen
  4. gewaardeerd worden
  5. aanplakken
  6. ten verkoop bieden
  7. waarschuwend blaffen
  8. beginnen te lopen
  9. (van een kogel) de grond raken
  10. op een toets slaan
  11. beslagen worden
  12. belasten, belasting heffen
  13. wortel schieten

Hoe spreek je aanslaan uit?

/ˈanslan/

Aanslaan bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈanslan/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
a maan
n nek
s sok
l land
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. de grond raken

Vervoeging van aanslaan

aanslaanhele werkwoord — sloeg aanverleden tijd enkelvoud — sloegen aanverleden tijd meervoud — aangeslagenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik sla aan sloeg aan
jij slaat aan sloeg aan
hij, zij, het slaat aan sloeg aan
wij slaan aan sloegen aan
jullie slaan aan sloegen aan
zij slaan aan sloegen aan
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
aan te slaan actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aan te zullen slaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aan zal slaan bijzin, toekomende tijd
aan zou slaan bijzin, voorwaardelijk
aan zouden slaan bijzin, voorwaardelijk
aan zoudt slaan bijzin, voorwaardelijk
aan zullen slaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aan zullen slaan bijzin, toekomende tijd
aan zult slaan bijzin, toekomende tijd
aangeslagen verleden tijd, deelwoord
aangeslagen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangeslagen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangeslagen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangeslagen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangeslagen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangeslagen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangeslagen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangeslagen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangeslagen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangeslagen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aansla bijzin, tegenwoordige tijd
aanslaand onvoltooid, deelwoord
aanslaat bijzin, tegenwoordige tijd
aansloeg bijzin, verleden tijd
aansloegen bijzin, verleden tijd
ben aangeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent aangeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is aangeslagen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was aangeslagen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd aangeslagen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt aangeslagen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal aangeslagen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal aangeslagen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou aangeslagen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou aangeslagen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had aangeslagen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had aangeslagen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had aangeslagen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden aangeslagen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden aangeslagen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden aangeslagen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt aangeslagen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb aangeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangeslagen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben aangeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben aangeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt aangeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is aangeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is aangeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
sla aan gebiedende wijs
sloeg aan verleden tijd
te hebben aangeslagen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen aanslaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart aangeslagen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangeslagen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren aangeslagen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangeslagen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was aangeslagen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was aangeslagen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was aangeslagen voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd aangeslagen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd aangeslagen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd aangeslagen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden aangeslagen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden aangeslagen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden aangeslagen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt aangeslagen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word aangeslagen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden aangeslagen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden aangeslagen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden aangeslagen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt aangeslagen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt aangeslagen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal aangeslagen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangeslagen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal aangeslagen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aangeslagen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangeslagen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal aangeslagen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangeslagen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aanslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal aanslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal aanslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal aanslaan bijzin, toekomende tijd
zijn aangeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn aangeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn aangeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt aangeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou aangeslagen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangeslagen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangeslagen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aangeslagen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangeslagen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou aangeslagen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangeslagen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangeslagen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangeslagen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aanslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou aanslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou aanslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou aanslaan bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) aanslaan aan zou(dt) slaan bijzin, voorwaardelijk
zouden aangeslagen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangeslagen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangeslagen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangeslagen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aangeslagen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aangeslagen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangeslagen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangeslagen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangeslagen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aanslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aanslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aanslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden aanslaan bijzin, voorwaardelijk
zoudt aangeslagen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangeslagen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangeslagen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aanslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt aanslaan bijzin, voorwaardelijk
zullen aangeslagen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangeslagen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangeslagen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangeslagen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aangeslagen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aangeslagen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangeslagen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangeslagen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangeslagen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aanslaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen aanslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aanslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aanslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen aanslaan bijzin, toekomende tijd
zult aangeslagen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van aan en slaan

Woordfamilie van aanslaan

Woordvorm Relatie Afgeleid van
aansla subordinate-clause, tegenwoordige tijd aanslaan
aanslaand onvoltooid deelwoord aanslaan
aanslaande woordvorm aanslaan
aanslaat subordinate-clause, tegenwoordige tijd aanslaan
aansloeg subordinate-clause, verleden tijd aanslaan
aansloegen subordinate-clause, verleden tijd aanslaan
sla aan gebiedende wijs aanslaan
slaan aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon aanslaan
slaat aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon aanslaan
sloeg aan verleden tijd aanslaan
sloegen aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon aanslaan

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aanslaan zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over aanslaan

Hoe spreek je aanslaan uit?
De uitspraak van aanslaan is: /ˈanslan/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent aanslaan?
Aanslaan is een werkwoord. Het woord betekent: even tegen iets slaan. Deze pagina beschrijft 14 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je aanslaan?
Je vervoegt aanslaan als volgt: het voltooid deelwoord is aangeslagen. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord aanslaan is 11 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. S 2
  5. L 3
  6. A 1
  7. A 1
  8. N 1
  9. 11 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

aanslaan levert met Wordfeud minimaal 11 en maximaal 51 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. S 2
  5. L 3
  6. A 1
  7. A 1
  8. N 1
  9. 11 zonder bonus
  10. 51 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (L) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

aanslaan in het kort

aanslaan staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 14 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van aanslaan zijn 88 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort aanslaan bij een woordfamilie van 11 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

aanslaan: even tegen iets slaan
Deel aanslaan — standaardnederlands.nl