suppoost
zelfstandig naamwoord sʏˈpostBetekenis
- iemand die toezicht houdt in bijv. een museum of stadion
Hoe spreek je suppoost uit?
/sʏˈpost/
Suppoost bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| ʏ | put |
| p | pak |
| o | boot |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| suppoosten | meervoud |
| suppoostje | verkleinwoord, enkelvoud |
| suppoostjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘zaalwachter’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1961
Woordfamilie van suppoost
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| suppoosten | meervoud | suppoost |
| suppoostje | verkleinwoord | suppoost |
| suppoostjes | verkleinwoord meervoud | suppoost |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van suppoost zijn vastgelegd.