toast
zelfstandig naamwoord, werkwoord tostBetekenis
- tegenover een groep met een geheven glas alcoholische drank in de hand een plechtige wens uitspreken, waarop alle leden als bekrachtiging een slok nemen
- geroosterd brood
- geroosterd sneetje brood
- (geroosterd brood)
- heildronk, toost
- roosteren
- toosten
Hoe spreek je toast uit?
/tost/
Toast bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| o | boot |
| s | sok |
Klinkt hetzelfde als toost.
zelfstandig naamwoord — masculine
- geroosterd sneetje van het bij [1] genoemde brood
Woordvorm
- verouderde spelling of vorm van toost in de betekenis "heildronk" tot 2006
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| toastje | verkleinwoord, enkelvoud |
| toastjes | verkleinwoord, meervoud |
| toasts | meervoud |
Woordvorm
- enkelvoud tegenwoordige tijd van toasten
- gebiedende wijs van toasten
Vervoeging van toast
toasthele werkwoord
Herkomst
Van Engels toast zn **[3] In de betekenis van ‘heildronk’ voor het eerst aangetroffen in 1807
Woordfamilie van toast
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| toasts | meervoud | toast |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van toast zijn vastgelegd.