Naar de inhoud

suppliëren

smeken, verzoeken

suppliëren

werkwoord

Betekenis

  1. smeken, verzoeken

Vervoeging van suppliëren

suppliërenhele werkwoord — supplieerdeverleden tijd enkelvoud — supplieerdenverleden tijd meervoud — gesupplieerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik supplieer supplieerde
jij supplieert supplieerde
hij, zij, het supplieert supplieerde
wij suppliëren supplieerden
jullie suppliëren supplieerden
zij suppliëren supplieerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gesupplieerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gesupplieerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gesupplieerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gesupplieerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gesupplieerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gesupplieerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gesupplieerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gesupplieerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gesupplieerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gesupplieerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gesupplieerd verleden tijd, deelwoord
gesupplieerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gesupplieerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gesupplieerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesupplieerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesupplieerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesupplieerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gesupplieerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gesupplieerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gesupplieerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gesupplieerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gesupplieerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gesupplieerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gesupplieerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gesupplieerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gesupplieerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gesupplieerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gesupplieerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gesupplieerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesupplieerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gesupplieerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesupplieerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gesupplieerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gesupplieerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesupplieerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesupplieerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gesupplieerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gesupplieerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
supplieer gebiedende wijs
supplieerde verleden tijd
suppliëre aanvoegende wijs
suppliërend onvoltooid, deelwoord
te hebben gesupplieerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te suppliëren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen suppliëren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gesupplieerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gesupplieerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gesupplieerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gesupplieerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gesupplieerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gesupplieerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gesupplieerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gesupplieerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gesupplieerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gesupplieerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gesupplieerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gesupplieerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gesupplieerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gesupplieerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gesupplieerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gesupplieerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gesupplieerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gesupplieerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gesupplieerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gesupplieerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gesupplieerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesupplieerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gesupplieerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gesupplieerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesupplieerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gesupplieerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesupplieerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal suppliëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal suppliëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal suppliëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gesupplieerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gesupplieerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gesupplieerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gesupplieerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gesupplieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesupplieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesupplieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gesupplieerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesupplieerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gesupplieerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesupplieerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesupplieerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesupplieerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou suppliëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou suppliëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou suppliëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gesupplieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gesupplieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gesupplieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gesupplieerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gesupplieerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gesupplieerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gesupplieerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gesupplieerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gesupplieerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden suppliëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden suppliëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden suppliëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gesupplieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gesupplieerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gesupplieerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt suppliëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gesupplieerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gesupplieerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gesupplieerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gesupplieerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gesupplieerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gesupplieerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gesupplieerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gesupplieerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gesupplieerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen suppliëren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen suppliëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen suppliëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen suppliëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gesupplieerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gesupplieerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gesupplieerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult suppliëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van het Franse supplier (met het achtervoegsel -eren)

Woordfamilie van suppliëren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gesupplieerd voltooid deelwoord suppliëren
gesupplieerde woordvorm suppliëren
supplieer gebiedende wijs suppliëren
supplieerde verleden tijd suppliëren
supplieerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon suppliëren
supplieert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon suppliëren
suppliëre aanvoegende wijs suppliëren
suppliërend onvoltooid deelwoord suppliëren
suppliërende woordvorm suppliëren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van suppliëren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over suppliëren

Wat betekent suppliëren?
Suppliëren is een werkwoord. Het woord betekent: smeken, verzoeken.
Hoe vervoeg je suppliëren?
Je vervoegt suppliëren als volgt: de tegenwoordige tijd is supplieer, de verleden tijd is supplieerde en het voltooid deelwoord is gesupplieerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord suppliëren is 21 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. U 4
  3. P 3
  4. P 3
  5. L 3
  6. I 1
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 21 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

suppliëren levert met Wordfeud minimaal 22 en maximaal 90 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. U 2
  3. P 4
  4. P 4
  5. L 3
  6. I 2
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 22 zonder bonus
  12. 90 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

suppliëren in het kort

suppliëren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van suppliëren zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort suppliëren bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

suppliëren: smeken, verzoeken
Deel suppliëren — standaardnederlands.nl