zaalwachter
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een bewaker van een zaal
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zaalwachters | meervoud |
| zaalwachtertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zaalwachtertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van zaal en wachter
Woordfamilie van zaalwachter
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zaalwachters | meervoud | zaalwachter |
| zaalwachtertje | verkleinwoord | zaalwachter |
| zaalwachtertjes | verkleinwoord meervoud | zaalwachter |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zaalwachter zijn vastgelegd.