supermarkt
zelfstandig naamwoord ˈsypərˌmɑrᵊktBetekenis
- een relatief grote zelfbedieningswinkel waar voedingsmiddelen en huishoudelijke artikelen worden verkocht
Hoe spreek je supermarkt uit?
/ˈsypərˌmɑrəkt/
Supermarkt bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| y | fuut |
| p | pak |
| ə | de |
| r | rood |
| m | maan |
| ɑ | bad |
| k | kat |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| supermarkten | meervoud |
| supermarktje | verkleinwoord, enkelvoud |
| supermarktjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
leenvertaling van Engels supermarket, intensiverende afleiding van markt zn met het voorvoegsel super-, in de betekenis van ‘winkel met zelfbediening’ voor het eerst aangetroffen in 1948
Woordfamilie van supermarkt
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| supermarkten | meervoud | supermarkt |
| supermarktje | verkleinwoord | supermarkt |
| supermarktjes | verkleinwoord meervoud | supermarkt |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van supermarkt zijn vastgelegd.