gum
zelfstandig naamwoord, werkwoord ɣʏmBetekenis
- een object waarmee potloodtekeningen weer weggehaald kunnen worden
Hoe spreek je gum uit?
/xʏm/
Gum bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| ʏ | put |
| m | maan |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gummen | meervoud |
| gummetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| gummetjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gummen
- gebiedende wijs van gummen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gummen
Vervoeging van gum
gumhele werkwoord
Woordfamilie van gum
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gummetje | verkleinwoord | gum |
| gummetjes | verkleinwoord meervoud | gum |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gum zijn vastgelegd.