stippel
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈstɪpəlBetekenis
- puntvormig of rond merkteken
Hoe spreek je stippel uit?
/ˈstɪpəl/
Stippel bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| t | tak |
| ɪ | pit |
| p | pak |
| ə | de |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- klein puntvormig of rond merkteken
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| stippels | meervoud |
| stippeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| stippeltjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stippelen
- gebiedende wijs van stippelen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stippelen
Vervoeging van stippel
stippelhele werkwoord
Herkomst
van Middelnederlands stippel, op te vatten als afgeleid van stip zn met het achtervoegsel -el
Woordfamilie van stippel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| stippels | meervoud | stippel |
| stippeltje | verkleinwoord | stippel |
| stippeltjes | verkleinwoord meervoud | stippel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stippel zijn vastgelegd.