Naar de inhoud

stilzetten

iets geheel van zijn snelheid beroven

stilzetten

werkwoord

Betekenis

  1. iets geheel van zijn snelheid beroven

Vervoeging van stilzetten

stilzettenhele werkwoord — zette stilverleden tijd enkelvoud — zetten stilverleden tijd meervoud — stilgezetvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik zet stil zette stil
jij zet stil zette stil
hij, zij, het zet stil zette stil
wij zetten stil zetten stil
jullie zetten stil zetten stil
zij zetten stil zetten stil
Alle 143 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben stilgezet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent stilgezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is stilgezet impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was stilgezet impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd stilgezet impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt stilgezet impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal stilgezet worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal stilgezet zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou stilgezet worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou stilgezet zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had stilgezet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had stilgezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had stilgezet voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden stilgezet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden stilgezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden stilgezet voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt stilgezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb stilgezet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben stilgezet actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben stilgezet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben stilgezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben stilgezet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt stilgezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft stilgezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft stilgezet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is stilgezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is stilgezet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
stil te zetten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
stil te zullen zetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
stil zal zetten bijzin, toekomende tijd
stil zou zetten bijzin, voorwaardelijk
stil zouden zetten bijzin, voorwaardelijk
stil zoudt zetten bijzin, voorwaardelijk
stil zullen zetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
stil zullen zetten bijzin, toekomende tijd
stil zult zetten bijzin, toekomende tijd
stilgezet verleden tijd, deelwoord
stilgezet te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
stilgezet te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
stilgezet te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
stilgezet te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
stilgezet te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
stilgezet worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
stilgezet zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
stilgezet zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
stilgezet zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
stilgezet zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
stilzet bijzin, tegenwoordige tijd
stilzette bijzin, verleden tijd
stilzettend onvoltooid, deelwoord
te hebben stilgezet actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen stilzetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart stilgezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren stilgezet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren stilgezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren stilgezet voltooid, verleden tijd, derde persoon
was stilgezet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was stilgezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was stilgezet voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd stilgezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd stilgezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd stilgezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden stilgezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden stilgezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden stilgezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt stilgezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word stilgezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden stilgezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden stilgezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden stilgezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt stilgezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt stilgezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal stilgezet hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal stilgezet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal stilgezet hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal stilgezet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal stilgezet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal stilgezet zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal stilgezet zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal stilzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal stilzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal stilzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal stilzetten bijzin, toekomende tijd
zet stil gebiedende wijs
zette stil verleden tijd
zijn stilgezet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn stilgezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn stilgezet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt stilgezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou stilgezet hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou stilgezet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou stilgezet hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou stilgezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou stilgezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou stilgezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou stilgezet zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou stilgezet zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou stilgezet zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou stilzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou stilzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou stilzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou stilzetten bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) stilzetten stil zou(dt) zetten bijzin, voorwaardelijk
zouden stilgezet hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden stilgezet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden stilgezet hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden stilgezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden stilgezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden stilgezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden stilgezet zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden stilgezet zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden stilgezet zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden stilzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden stilzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden stilzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden stilzetten bijzin, voorwaardelijk
zoudt stilgezet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt stilgezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt stilgezet zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt stilzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt stilzetten bijzin, voorwaardelijk
zullen stilgezet hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen stilgezet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen stilgezet hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen stilgezet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen stilgezet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen stilgezet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen stilgezet zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen stilgezet zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen stilgezet zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen stilzetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen stilzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen stilzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen stilzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen stilzetten bijzin, toekomende tijd
zult stilgezet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult stilgezet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult stilgezet zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud verleden tijd van stilzetten

Vervoeging van stilzetten

stilzettenhele werkwoord — zette stilverleden tijd enkelvoud — zetten stilverleden tijd meervoud — stilgezetvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik zet stil zette stil
jij zet stil zette stil
hij, zij, het zet stil zette stil
wij zetten stil zetten stil
jullie zetten stil zetten stil
zij zetten stil zetten stil
Alle 143 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben stilgezet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent stilgezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is stilgezet impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was stilgezet impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd stilgezet impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt stilgezet impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal stilgezet worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal stilgezet zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou stilgezet worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou stilgezet zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had stilgezet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had stilgezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had stilgezet voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden stilgezet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden stilgezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden stilgezet voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt stilgezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb stilgezet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben stilgezet actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben stilgezet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben stilgezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben stilgezet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt stilgezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft stilgezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft stilgezet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is stilgezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is stilgezet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
stil te zetten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
stil te zullen zetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
stil zal zetten bijzin, toekomende tijd
stil zou zetten bijzin, voorwaardelijk
stil zouden zetten bijzin, voorwaardelijk
stil zoudt zetten bijzin, voorwaardelijk
stil zullen zetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
stil zullen zetten bijzin, toekomende tijd
stil zult zetten bijzin, toekomende tijd
stilgezet verleden tijd, deelwoord
stilgezet te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
stilgezet te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
stilgezet te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
stilgezet te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
stilgezet te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
stilgezet worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
stilgezet zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
stilgezet zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
stilgezet zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
stilgezet zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
stilzet bijzin, tegenwoordige tijd
stilzette bijzin, verleden tijd
stilzettend onvoltooid, deelwoord
te hebben stilgezet actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen stilzetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart stilgezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren stilgezet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren stilgezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren stilgezet voltooid, verleden tijd, derde persoon
was stilgezet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was stilgezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was stilgezet voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd stilgezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd stilgezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd stilgezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden stilgezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden stilgezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden stilgezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt stilgezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word stilgezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden stilgezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden stilgezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden stilgezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt stilgezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt stilgezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal stilgezet hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal stilgezet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal stilgezet hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal stilgezet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal stilgezet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal stilgezet zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal stilgezet zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal stilzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal stilzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal stilzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal stilzetten bijzin, toekomende tijd
zet stil gebiedende wijs
zette stil verleden tijd
zijn stilgezet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn stilgezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn stilgezet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt stilgezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou stilgezet hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou stilgezet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou stilgezet hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou stilgezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou stilgezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou stilgezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou stilgezet zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou stilgezet zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou stilgezet zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou stilzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou stilzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou stilzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou stilzetten bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) stilzetten stil zou(dt) zetten bijzin, voorwaardelijk
zouden stilgezet hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden stilgezet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden stilgezet hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden stilgezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden stilgezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden stilgezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden stilgezet zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden stilgezet zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden stilgezet zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden stilzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden stilzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden stilzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden stilzetten bijzin, voorwaardelijk
zoudt stilgezet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt stilgezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt stilgezet zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt stilzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt stilzetten bijzin, voorwaardelijk
zullen stilgezet hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen stilgezet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen stilgezet hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen stilgezet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen stilgezet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen stilgezet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen stilgezet zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen stilgezet zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen stilgezet zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen stilzetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen stilzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen stilzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen stilzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen stilzetten bijzin, toekomende tijd
zult stilgezet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult stilgezet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult stilgezet zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van stil en zetten

Woordfamilie van stilzetten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
stilgezet voltooid deelwoord stilzetten
stilgezette woordvorm stilzetten
stilzet subordinate-clause, tegenwoordige tijd stilzetten
stilzette subordinate-clause, verleden tijd stilzetten
stilzettend onvoltooid deelwoord stilzetten
stilzettende woordvorm stilzetten
zet stil gebiedende wijs stilzetten
zette stil verleden tijd stilzetten
zetten stil aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon stilzetten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stilzetten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over stilzetten

Wat is de betekenis van stilzetten?
Stilzetten is een werkwoord. De betekenis is: iets geheel van zijn snelheid beroven.
Hoe vervoeg ik stilzetten?
Zo vervoeg je stilzetten zo: het voltooid deelwoord is stilgezet. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord stilzetten is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. T 2
  3. I 1
  4. L 3
  5. Z 4
  6. E 1
  7. T 2
  8. T 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

stilzetten levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 93 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. T 2
  3. I 2
  4. L 3
  5. Z 5
  6. E 1
  7. T 2
  8. T 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 21 zonder bonus
  12. 93 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

stilzetten in het kort

stilzetten staat in dit woordenboek als werkwoord. Van stilzetten staan er 84 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort stilzetten bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

stilzetten: iets geheel van zijn snelheid beroven
Deel stilzetten — standaardnederlands.nl