Naar de inhoud

stilvallen

niet langer van zich laten horen

stilvallen

werkwoord

Betekenis

  1. niet langer van zich laten horen
  2. ophouden actief te zijn
  3. tweede betekenisomschrijving
  4. enz.

Vervoeging van stilvallen

stilvallenhele werkwoord — viel stilverleden tijd enkelvoud — vielen stilverleden tijd meervoud — stilgevallenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik val stil viel stil
jij valt stil viel stil
hij, zij, het valt stil viel stil
wij vallen stil vielen stil
jullie vallen stil vielen stil
zij vallen stil vielen stil
Alle 76 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben stilgevallen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent stilgevallen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
ev. gebiedende wijs
is stilgevallen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is stilgevallen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
stil te vallen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
stil te zullen vallen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
stil zal vallen bijzin, toekomende tijd
stil zou vallen bijzin, voorwaardelijk
stil zouden vallen bijzin, voorwaardelijk
stil zoudt vallen bijzin, voorwaardelijk
stil zullen vallen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
stil zullen vallen bijzin, toekomende tijd
stil zult vallen bijzin, toekomende tijd
stilgevallen verleden tijd, deelwoord
stilgevallen te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
stilgevallen zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
stilval bijzin, tegenwoordige tijd
stilvallend onvoltooid, deelwoord
stilvalt bijzin, tegenwoordige tijd
stilviel bijzin, verleden tijd
stilvielen bijzin, verleden tijd
stilvielt bijzin, verleden tijd
te zijn stilgevallen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen stilvallen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
val stil gebiedende wijs
viel stil verleden tijd
waart stilgevallen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren stilgevallen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren stilgevallen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren stilgevallen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was stilgevallen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was stilgevallen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was stilgevallen voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal stilgevallen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal stilgevallen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal stilgevallen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal stilvallen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal stilvallen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal stilvallen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal stilvallen bijzin, toekomende tijd
zijn stilgevallen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn stilgevallen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn stilgevallen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn stilgevallen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt stilgevallen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou stilgevallen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou stilgevallen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou stilgevallen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou stilvallen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou stilvallen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou stilvallen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou stilvallen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) stilvallen stil zou(dt) vallen bijzin, voorwaardelijk
zouden stilgevallen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden stilgevallen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden stilgevallen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden stilvallen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden stilvallen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden stilvallen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden stilvallen bijzin, voorwaardelijk
zoudt stilgevallen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt stilvallen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt stilvallen bijzin, voorwaardelijk
zullen stilgevallen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen stilgevallen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen stilgevallen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen stilvallen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen stilvallen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen stilvallen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen stilvallen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen stilvallen bijzin, toekomende tijd
zult stilgevallen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult stilvallen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult stilvallen bijzin, toekomende tijd
zult/zal stilvallen stil zult/zal vallen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van stil en vallen

Woordfamilie van stilvallen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
stilgevallen voltooid deelwoord stilvallen
stilval subordinate-clause, tegenwoordige tijd stilvallen
stilvalle with-subordinate-clause stilvallen
stilvallend onvoltooid deelwoord stilvallen
stilvallende woordvorm stilvallen
stilvalt subordinate-clause, tegenwoordige tijd stilvallen
stilviel subordinate-clause, verleden tijd stilvallen
stilvielen subordinate-clause, verleden tijd stilvallen
val stil gebiedende wijs stilvallen
valle stil woordvorm stilvallen
vallen stil aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon stilvallen
valt stil aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon stilvallen
viel stil verleden tijd stilvallen
vielen stil aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon stilvallen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stilvallen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over stilvallen

Wat betekent stilvallen?
Stilvallen is een werkwoord. Het woord betekent: niet langer van zich laten horen. Deze pagina beschrijft 4 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je stilvallen?
Je vervoegt stilvallen als volgt: het voltooid deelwoord is stilgevallen. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord stilvallen is 21 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. T 2
  3. I 1
  4. L 3
  5. V 4
  6. A 1
  7. L 3
  8. L 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 21 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

stilvallen levert met Wordfeud minimaal 22 en maximaal 90 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. T 2
  3. I 2
  4. L 3
  5. V 4
  6. A 1
  7. L 3
  8. L 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 22 zonder bonus
  12. 90 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

stilvallen in het kort

stilvallen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 4 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van stilvallen zijn 48 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort stilvallen bij een woordfamilie van 14 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

stilvallen: niet langer van zich laten horen
Deel stilvallen — standaardnederlands.nl