spetteren
werkwoordBetekenis
- druppels doen rondvliegen
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Vervoeging van spetteren
spetterenhele werkwoord — spetterdeverleden tijd enkelvoud — spetterdenverleden tijd meervoud — gespetterdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | spetter | spetterde |
| jij | spettert | spetterde |
| hij, zij, het | spettert | spetterde |
| wij | spetteren | spetterden |
| jullie | spetteren | spetterden |
| zij | spetteren | spetterden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| gespetterd | verleden tijd, deelwoord |
| gespetterd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gespetterd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gespetterd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gespetterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gespetterd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gespetterd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gespetterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gespetterd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gespetterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gespetterd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gespetterd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gespetterd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gespetterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gespetterd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gespetterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gespetterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gespetterd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| spetter | gebiedende wijs |
| spetterde | verleden tijd |
| spettere | aanvoegende wijs |
| spetterend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gespetterd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te spetteren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen spetteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gespetterd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gespetterd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gespetterd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal spetteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal spetteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal spetteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gespetterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gespetterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gespetterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou spetteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou spetteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou spetteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gespetterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gespetterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gespetterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden spetteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden spetteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden spetteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gespetterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt spetteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gespetterd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gespetterd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gespetterd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen spetteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen spetteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen spetteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen spetteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gespetterd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult spetteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘in kleine deeltjes wegspringen’ voor het eerst aangetroffen in 1881
Woordfamilie van spetteren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gespetterd | voltooid deelwoord | spetteren |
| gespetterde | woordvorm | spetteren |
| spetterde | verleden tijd | spetteren |
| spetterden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | spetteren |
| spettere | aanvoegende wijs | spetteren |
| spettert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | spetteren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van spetteren zijn vastgelegd.