Naar de inhoud

sneeuwen

het vallen van hemelwater onder de vorm van sneeuwvlokken

sneeuwen

werkwoord

Betekenis

  1. het vallen van hemelwater onder de vorm van sneeuwvlokken

Vervoeging van sneeuwen

sneeuwenhele werkwoord — sneeuwdeverleden tijd enkelvoud — sneeuwdenverleden tijd meervoud — gesneeuwdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik sneeuw sneeuwde
jij sneeuwt sneeuwde
hij, zij, het sneeuwt sneeuwde
wij sneeuwen sneeuwden
jullie sneeuwen sneeuwden
zij sneeuwen sneeuwden
Alle 58 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gesneeuwd verleden tijd, deelwoord
gesneeuwd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesneeuwd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gesneeuwd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gesneeuwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gesneeuwd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gesneeuwd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gesneeuwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gesneeuwd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gesneeuwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gesneeuwd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesneeuwd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gesneeuwd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesneeuwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gesneeuwd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gesneeuwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesneeuwd verleden tijd, deelwoord
heeft gesneeuwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesneeuwd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
sneeuw gebiedende wijs
sneeuwde verleden tijd
sneeuwe aanvoegende wijs
sneeuwend onvoltooid, deelwoord
sneeuwt tegenwoordige tijd
te hebben gesneeuwd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te sneeuwen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen sneeuwen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gesneeuwd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesneeuwd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gesneeuwd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal sneeuwen toekomende tijd
zal sneeuwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal sneeuwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal sneeuwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gesneeuwd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesneeuwd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesneeuwd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou sneeuwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou sneeuwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou sneeuwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gesneeuwd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gesneeuwd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gesneeuwd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden sneeuwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden sneeuwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden sneeuwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gesneeuwd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt sneeuwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gesneeuwd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gesneeuwd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gesneeuwd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen sneeuwen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen sneeuwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen sneeuwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen sneeuwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gesneeuwd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult sneeuwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordfamilie van sneeuwen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gesneeuwd voltooid deelwoord sneeuwen
sneeuwde verleden tijd sneeuwen
sneeuwe aanvoegende wijs sneeuwen
sneeuwend onvoltooid deelwoord sneeuwen
sneeuwende woordvorm sneeuwen
sneeuwt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon sneeuwen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van sneeuwen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over sneeuwen

Wat is de betekenis van sneeuwen?
Sneeuwen is een werkwoord. De betekenis is: het vallen van hemelwater onder de vorm van sneeuwvlokken.
Hoe vervoeg ik sneeuwen?
Zo vervoeg je sneeuwen zo: de tegenwoordige tijd is sneeuw, de verleden tijd is sneeuwde en het voltooid deelwoord is gesneeuwd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord sneeuwen is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. N 1
  3. E 1
  4. E 1
  5. U 4
  6. W 5
  7. E 1
  8. N 1
  9. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

sneeuwen levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. N 1
  3. E 1
  4. E 1
  5. U 2
  6. W 5
  7. E 1
  8. N 1
  9. 14 zonder bonus
  10. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

sneeuwen in het kort

sneeuwen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van sneeuwen staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort sneeuwen bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

sneeuwen: het vallen van hemelwater onder de vorm van sneeuwvlokken
Deel sneeuwen — standaardnederlands.nl