ondersneeuwen
werkwoord /'ɔndərsneʋə(n)/Betekenis
- bedolven raken met sneeuw
- in figuurlijke zin bedolven raken
- tweede betekenisomschrijving.
- enz.
Hoe spreek je ondersneeuwen uit?
/ˈɔndərsnewən/
Ondersneeuwen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɔ | bot |
| n | nek |
| d | dak |
| ə | de |
| r | rood |
| s | sok |
| e | veel |
| w | quiz |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van ondersneeuwen
ondersneeuwenhele werkwoord — sneeuwde onderverleden tijd enkelvoud — sneeuwden onderverleden tijd meervoud — ondergesneeuwdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | sneeuw onder | sneeuwde onder |
| jij | sneeuwt onder | sneeuwde onder |
| hij, zij, het | sneeuwt onder | sneeuwde onder |
| wij | sneeuwen onder | sneeuwden onder |
| jullie | sneeuwen onder | sneeuwden onder |
| zij | sneeuwen onder | sneeuwden onder |
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben ondergesneeuwd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent ondergesneeuwd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| ev. | gebiedende wijs |
| is ondergesneeuwd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is ondergesneeuwd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| onder te sneeuwen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| onder te zullen sneeuwen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| onder zal sneeuwen | bijzin, toekomende tijd |
| onder zou sneeuwen | bijzin, voorwaardelijk |
| onder zouden sneeuwen | bijzin, voorwaardelijk |
| onder zoudt sneeuwen | bijzin, voorwaardelijk |
| onder zullen sneeuwen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| onder zullen sneeuwen | bijzin, toekomende tijd |
| onder zult sneeuwen | bijzin, toekomende tijd |
| ondergesneeuwd | verleden tijd, deelwoord |
| ondergesneeuwd te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ondergesneeuwd zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ondersneeuw | bijzin, tegenwoordige tijd |
| ondersneeuwde | bijzin, verleden tijd |
| ondersneeuwden | bijzin, verleden tijd |
| ondersneeuwend | onvoltooid, deelwoord |
| ondersneeuwt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| sneeuw onder | gebiedende wijs |
| sneeuwde onder | verleden tijd |
| te zijn ondergesneeuwd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen ondersneeuwen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart ondergesneeuwd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ondergesneeuwd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren ondergesneeuwd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ondergesneeuwd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was ondergesneeuwd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was ondergesneeuwd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was ondergesneeuwd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal ondergesneeuwd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ondergesneeuwd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal ondergesneeuwd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal ondersneeuwen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal ondersneeuwen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal ondersneeuwen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal ondersneeuwen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn ondergesneeuwd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn ondergesneeuwd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn ondergesneeuwd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn ondergesneeuwd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt ondergesneeuwd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou ondergesneeuwd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ondergesneeuwd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ondergesneeuwd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou ondersneeuwen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou ondersneeuwen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou ondersneeuwen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou ondersneeuwen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) ondersneeuwen onder zou(dt) sneeuwen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden ondergesneeuwd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ondergesneeuwd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ondergesneeuwd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ondersneeuwen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden ondersneeuwen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden ondersneeuwen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden ondersneeuwen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt ondergesneeuwd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ondersneeuwen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt ondersneeuwen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen ondergesneeuwd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ondergesneeuwd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ondergesneeuwd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ondersneeuwen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen ondersneeuwen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen ondersneeuwen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen ondersneeuwen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen ondersneeuwen | bijzin, toekomende tijd |
| zult ondergesneeuwd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult ondersneeuwen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult ondersneeuwen | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal ondersneeuwen onder zult/zal sneeuwen | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van onder bw en sneeuwen ww
Woordfamilie van ondersneeuwen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ondergesneeuwd | voltooid deelwoord | ondersneeuwen |
| ondergesneeuwde | woordvorm | ondersneeuwen |
| ondersneeuw | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | ondersneeuwen |
| ondersneeuwde | subordinate-clause, verleden tijd | ondersneeuwen |
| ondersneeuwden | subordinate-clause, verleden tijd | ondersneeuwen |
| ondersneeuwe | with-subordinate-clause | ondersneeuwen |
| ondersneeuwend | onvoltooid deelwoord | ondersneeuwen |
| ondersneeuwende | woordvorm | ondersneeuwen |
| ondersneeuwt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | ondersneeuwen |
| sneeuw onder | gebiedende wijs | ondersneeuwen |
| sneeuwde onder | verleden tijd | ondersneeuwen |
| sneeuwden onder | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | ondersneeuwen |
| sneeuwe onder | woordvorm | ondersneeuwen |
| sneeuwen onder | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | ondersneeuwen |
| sneeuwt onder | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | ondersneeuwen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ondersneeuwen zijn vastgelegd.