smetten
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- door broeiing branderigheid of ontvelling vertonen
Vervoeging van smetten
smettenhele werkwoord — smetteverleden tijd enkelvoud — gesmetvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | smet | smette |
| jij | smet | smette |
| hij, zij, het | smet | smette |
| wij | smetten | — |
| jullie | smetten | — |
| zij | smetten | — |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| gesmet | verleden tijd, deelwoord |
| gesmet te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gesmet zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gesmet | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gesmet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gesmet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gesmet | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gesmet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gesmet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gesmet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gesmet | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gesmet | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gesmet | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gesmet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gesmet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gesmet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gesmet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gesmet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| smet | gebiedende wijs |
| smette | verleden tijd |
| smette | aanvoegende wijs |
| smettend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gesmet | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te smetten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen smetten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gesmet hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gesmet hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gesmet hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal smetten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal smetten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal smetten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gesmet hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gesmet hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gesmet hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou smetten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou smetten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou smetten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gesmet hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gesmet hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gesmet hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden smetten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden smetten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden smetten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gesmet hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt smetten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gesmet hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gesmet hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gesmet hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen smetten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen smetten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen smetten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen smetten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gesmet hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult smetten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord smet
Woordvorm
- meervoud verleden tijd van smetten
Vervoeging van smetten
smettenhele werkwoord
Woordfamilie van smetten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gesmet | voltooid deelwoord | smetten |
| smette | verleden tijd | smetten |
| smettend | onvoltooid deelwoord | smetten |
| smettende | woordvorm | smetten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van smetten zijn vastgelegd.