smaad
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- aantasting van iemands eer of goede naam in woord of geschrift (niet per se door het verstrekken van onjuiste feiten)
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van smaden
- gebiedende wijs van smaden
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van smaden
Vervoeging van smaad
smaadhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘laster’ voor het eerst aangetroffen in 1350