slijpen
werkwoordBetekenis
- door wrijving met een hard fijnverdeeld poeder het oppervlak van een vast voorwerp spiegelglad maken
- (weer) scherp maken maken van snij- of knipgereedschap
- langzaam dansen waarbij de danspartners dicht tegen elkaar aan staan
werkwoord
- scherp maken maken van snij- of knipgereedschap
Vervoeging van slijpen
slijpenhele werkwoord — sleepverleden tijd enkelvoud — slepenverleden tijd meervoud — geslepenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | slijp | sleep |
| jij | slijpt | sleep |
| hij, zij, het | slijpt | sleep |
| wij | slijpen | slepen |
| jullie | slijpen | slepen |
| zij | slijpen | slepen |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is geslepen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geslepen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geslepen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geslepen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geslepen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geslepen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geslepen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geslepen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geslepen | verleden tijd, deelwoord |
| geslepen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geslepen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geslepen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geslepen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geslepen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geslepen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geslepen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geslepen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geslepen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geslepen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geslepen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geslepen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geslepen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geslepen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geslepen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geslepen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geslepen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| sleep | verleden tijd |
| slijp | gebiedende wijs |
| slijpe | aanvoegende wijs |
| slijpend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben geslepen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te slijpen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen slijpen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal geslepen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geslepen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geslepen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal slijpen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal slijpen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal slijpen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou geslepen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geslepen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geslepen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou slijpen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou slijpen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou slijpen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geslepen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geslepen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geslepen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden slijpen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden slijpen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden slijpen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geslepen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt slijpen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geslepen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geslepen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geslepen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen slijpen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen slijpen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen slijpen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen slijpen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geslepen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult slijpen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘gladmaken door wrijven’ voor het eerst aangetroffen in 1287
Woordfamilie van slijpen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| slijp | gebiedende wijs | slijpen |
| slijpe | aanvoegende wijs | slijpen |
| slijpend | onvoltooid deelwoord | slijpen |
| slijpende | woordvorm | slijpen |
| slijpt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | slijpen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van slijpen zijn vastgelegd.