slijpsteen
zelfstandig naamwoord ˈslɛipstenBetekenis
- steen met een vlak oppervlak waarop met messen of scharen aanscherpt
Hoe spreek je slijpsteen uit?
/ˈslɛipsten/
Slijpsteen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| l | land |
| ɛi | trein |
| p | pak |
| t | tak |
| e | veel |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- blok van hard mineraal met een vlak oppervlak waarop men messen of scharen aanscherpt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| slijpsteentje | verkleinwoord, enkelvoud |
| slijpsteentjes | verkleinwoord, meervoud |
| slijpstenen | meervoud |
Herkomst
erfwoord via Middelnederlands slijpsteen van Oudnederlands slipasten, op te vatten als samenstelling van slijp ww en steen zn , in de betekenis ‘steen waarop men gereedschappen slijpt’ aangetroffen vanaf 1163
Woordfamilie van slijpsteen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| slijpsteentje | verkleinwoord | slijpsteen |
| slijpsteentjes | verkleinwoord meervoud | slijpsteen |
| slijpstenen | meervoud | slijpsteen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van slijpsteen zijn vastgelegd.