sleehak
zelfstandig naamwoordBetekenis
- driehoekige hak aan de onderkant van een schoen of laars, van achteren naar voren doorlopend
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| sleehakje | verkleinwoord, enkelvoud |
| sleehakjes | verkleinwoord, meervoud |
| sleehakken | meervoud |
Herkomst
samenstelling van slee en hak zn (bet. 2)
Woordfamilie van sleehak
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| sleehakje | verkleinwoord | sleehak |
| sleehakjes | verkleinwoord meervoud | sleehak |
| sleehakken | meervoud | sleehak |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van sleehak zijn vastgelegd.