Naar de inhoud

sieren

tooien, tot eer zijn / strekken

sieren

werkwoord

Betekenis

  1. tooien, tot eer zijn / strekken

Vervoeging van sieren

sierenhele werkwoord — sierdeverleden tijd enkelvoud — sierdenverleden tijd meervoud — gesierdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik sier sierde
jij siert sierde
hij, zij, het siert sierde
wij sieren sierden
jullie sieren sierden
zij sieren sierden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gesierd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gesierd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gesierd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gesierd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gesierd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gesierd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gesierd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gesierd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gesierd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gesierd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gesierd verleden tijd, deelwoord
gesierd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gesierd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gesierd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesierd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesierd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesierd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gesierd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gesierd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gesierd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gesierd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gesierd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gesierd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gesierd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gesierd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gesierd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gesierd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gesierd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gesierd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesierd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gesierd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesierd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gesierd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gesierd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesierd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesierd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gesierd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gesierd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
sier gebiedende wijs
sierde verleden tijd
siere aanvoegende wijs
sierend onvoltooid, deelwoord
te hebben gesierd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te sieren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen sieren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gesierd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gesierd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gesierd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gesierd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gesierd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gesierd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gesierd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gesierd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gesierd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gesierd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gesierd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gesierd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gesierd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gesierd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gesierd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gesierd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gesierd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gesierd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gesierd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gesierd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gesierd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesierd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gesierd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gesierd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesierd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gesierd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesierd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal sieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal sieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal sieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gesierd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gesierd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gesierd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gesierd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gesierd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesierd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesierd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gesierd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesierd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gesierd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesierd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesierd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesierd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou sieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou sieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou sieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gesierd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gesierd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gesierd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gesierd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gesierd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gesierd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gesierd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gesierd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gesierd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden sieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden sieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden sieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gesierd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gesierd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gesierd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt sieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gesierd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gesierd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gesierd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gesierd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gesierd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gesierd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gesierd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gesierd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gesierd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen sieren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen sieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen sieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen sieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gesierd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gesierd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gesierd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult sieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordfamilie van sieren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gesierd voltooid deelwoord sieren
gesierde woordvorm sieren
sierde verleden tijd sieren
sierden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon sieren
siere aanvoegende wijs sieren
sierend onvoltooid deelwoord sieren
sierende woordvorm sieren
siert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon sieren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van sieren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over sieren

Wat is de betekenis van sieren?
Sieren is een werkwoord. De betekenis is: tooien, tot eer zijn / strekken.
Hoe vervoeg ik sieren?
Zo vervoeg je sieren zo: de tegenwoordige tijd is sier, de verleden tijd is sierde en het voltooid deelwoord is gesierd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord sieren is 8 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. I 1
  3. E 1
  4. R 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 8 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

sieren levert met Wordfeud minimaal 9 en maximaal 39 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. I 2
  3. E 1
  4. R 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 9 zonder bonus
  8. 39 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (S) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

sieren telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

sieren in het kort

sieren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van sieren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort sieren bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

sieren: tooien, tot eer zijn / strekken
Deel sieren — standaardnederlands.nl