Naar de inhoud

decoreren

methoden en technieken gebruikt om bouwwerken, meubels of andere objecten te verfraaien

decoreren

werkwoord

Betekenis

  1. methoden en technieken gebruikt om bouwwerken, meubels of andere objecten te verfraaien
  2. een ridderorde verlenen

Vervoeging van decoreren

decorerenhele werkwoord — decoreerdeverleden tijd enkelvoud — decoreerdenverleden tijd meervoud — gedecoreerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik decoreer decoreerde
jij decoreert decoreerde
hij, zij, het decoreert decoreerde
wij decoreren decoreerden
jullie decoreren decoreerden
zij decoreren decoreerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gedecoreerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gedecoreerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
decoreer gebiedende wijs
decoreerde verleden tijd
decorere aanvoegende wijs
decorerend onvoltooid, deelwoord
er is gedecoreerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gedecoreerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gedecoreerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gedecoreerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gedecoreerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gedecoreerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gedecoreerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gedecoreerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gedecoreerd verleden tijd, deelwoord
gedecoreerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gedecoreerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gedecoreerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedecoreerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedecoreerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedecoreerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gedecoreerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gedecoreerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gedecoreerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gedecoreerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gedecoreerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gedecoreerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gedecoreerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gedecoreerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gedecoreerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gedecoreerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gedecoreerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gedecoreerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedecoreerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gedecoreerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedecoreerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gedecoreerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gedecoreerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedecoreerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedecoreerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gedecoreerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gedecoreerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te decoreren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gedecoreerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen decoreren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gedecoreerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gedecoreerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gedecoreerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gedecoreerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gedecoreerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gedecoreerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gedecoreerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gedecoreerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gedecoreerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gedecoreerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gedecoreerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gedecoreerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gedecoreerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gedecoreerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gedecoreerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gedecoreerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gedecoreerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gedecoreerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gedecoreerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gedecoreerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal decoreren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal decoreren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal decoreren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gedecoreerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedecoreerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gedecoreerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gedecoreerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedecoreerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gedecoreerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedecoreerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gedecoreerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gedecoreerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gedecoreerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gedecoreerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou decoreren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou decoreren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou decoreren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gedecoreerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedecoreerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedecoreerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gedecoreerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedecoreerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gedecoreerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedecoreerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedecoreerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedecoreerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden decoreren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden decoreren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden decoreren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gedecoreerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gedecoreerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gedecoreerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gedecoreerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gedecoreerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gedecoreerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gedecoreerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gedecoreerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gedecoreerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt decoreren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gedecoreerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gedecoreerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gedecoreerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen decoreren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen decoreren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen decoreren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen decoreren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gedecoreerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gedecoreerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gedecoreerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gedecoreerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gedecoreerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gedecoreerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gedecoreerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gedecoreerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gedecoreerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult decoreren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gedecoreerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gedecoreerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gedecoreerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘versieren’ voor het eerst aangetroffen in 1791

Woordfamilie van decoreren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
decoreer gebiedende wijs decoreren
decoreerde verleden tijd decoreren
decoreerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon decoreren
decoreert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon decoreren
decorere aanvoegende wijs decoreren
decorerend onvoltooid deelwoord decoreren
decorerende woordvorm decoreren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van decoreren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over decoreren

Wat betekent decoreren?
Decoreren is een werkwoord. Het woord betekent: methoden en technieken gebruikt om bouwwerken, meubels of andere objecten te verfraaien. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je decoreren?
Je vervoegt decoreren als volgt: de tegenwoordige tijd is decoreer, de verleden tijd is decoreerde en het voltooid deelwoord is gedecoreerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Scrabble punten

Naar spel

Het woord decoreren is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. E 1
  3. C 5
  4. O 1
  5. R 2
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

decoreren levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 78 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. E 1
  3. C 5
  4. O 1
  5. R 2
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 16 zonder bonus
  11. 78 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

decoreren in het kort

decoreren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van decoreren zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort decoreren bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

decoreren: methoden en technieken gebruikt om bouwwerken, meubels of andere objecten te verfraaien
Deel decoreren — standaardnederlands.nl