schroom
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- aarzeling gepaard gaande met gêne
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schromen
- gebiedende wijs van schromen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schromen
Vervoeging van schroom
schroomhele werkwoord