Naar de inhoud

schransen

met graagte en veel eten

schransen

werkwoord

Betekenis

  1. met graagte en veel eten
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Vervoeging van schransen

schransenhele werkwoord — schransteverleden tijd enkelvoud — schranstenverleden tijd meervoud — geschranstvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik schrans schranste
jij schranst schranste
hij, zij, het schranst schranste
wij schransen schransten
jullie schransen schransten
zij schransen schransten
Alle 64 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is geschranst impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geschranst impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geschranst impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geschranst impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geschranst worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geschranst zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geschranst worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geschranst zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geschranst verleden tijd, deelwoord
geschranst te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geschranst zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geschranst voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geschranst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geschranst voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geschranst voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geschranst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geschranst voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geschranst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geschranst voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geschranst actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geschranst voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geschranst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geschranst voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geschranst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geschranst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geschranst voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
schrans gebiedende wijs
schranse aanvoegende wijs
schransend onvoltooid, deelwoord
schranste verleden tijd
schranzen
te hebben geschranst actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te schransen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen schransen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal geschranst hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geschranst hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geschranst hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal schransen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal schransen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal schransen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou geschranst hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geschranst hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geschranst hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou schransen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou schransen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou schransen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geschranst hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geschranst hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geschranst hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden schransen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden schransen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden schransen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geschranst hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt schransen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geschranst hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geschranst hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geschranst hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen schransen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen schransen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen schransen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen schransen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geschranst hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult schransen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Nederduits, in de betekenis van ‘overvloedig eten’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1599

Woordfamilie van schransen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geschranst voltooid deelwoord schransen
schranse aanvoegende wijs schransen
schransend onvoltooid deelwoord schransen
schransende woordvorm schransen
schranste verleden tijd schransen
schransten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon schransen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schransen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over schransen

Wat betekent schransen?
Schransen is een werkwoord. Het woord betekent: met graagte en veel eten. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je schransen?
Je vervoegt schransen als volgt: de tegenwoordige tijd is schrans, de verleden tijd is schranste en het voltooid deelwoord is geschranst. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord schransen is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. C 5
  3. H 4
  4. R 2
  5. A 1
  6. N 1
  7. S 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

schransen levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 87 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. C 5
  3. H 4
  4. R 2
  5. A 1
  6. N 1
  7. S 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 19 zonder bonus
  11. 87 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

schransen in het kort

schransen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van schransen zijn 41 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort schransen bij een woordfamilie van 6 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

schransen: met graagte en veel eten
Deel schransen — standaardnederlands.nl