Naar de inhoud

schipperen

bekwaam de rol van schipper vervullen, gewoonlijk op een zeilboot

schipperen

werkwoord

Betekenis

  1. bekwaam de rol van schipper vervullen, gewoonlijk op een zeilboot
  2. ~ tussen behoedzaam twee of meer belangengroepen te vriend trachten te houden
  3. tweede betekenisomschrijving
  4. enz.

werkwoord

  1. ~ tussen behoedzaam twee of meer onderling tegengestelde belangengroepen tegelijkertijd te vriend trachten te houden figuratively, unergative

Vervoeging van schipperen

schipperenhele werkwoord — schipperdeverleden tijd enkelvoud — schipperdenverleden tijd meervoud — geschipperdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik schipper schipperde
jij schippert schipperde
hij, zij, het schippert schipperde
wij schipperen schipperden
jullie schipperen schipperden
zij schipperen schipperden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is geschipperd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geschipperd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geschipperd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geschipperd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geschipperd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geschipperd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geschipperd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geschipperd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geschipperd verleden tijd, deelwoord
geschipperd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geschipperd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geschipperd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geschipperd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geschipperd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geschipperd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geschipperd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geschipperd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geschipperd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geschipperd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geschipperd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geschipperd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geschipperd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geschipperd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geschipperd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geschipperd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geschipperd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
schipper gebiedende wijs
schipperde verleden tijd
schippere aanvoegende wijs
schipperend onvoltooid, deelwoord
te hebben geschipperd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te schipperen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen schipperen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal geschipperd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geschipperd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geschipperd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal schipperen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal schipperen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal schipperen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou geschipperd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geschipperd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geschipperd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou schipperen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou schipperen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou schipperen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geschipperd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geschipperd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geschipperd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden schipperen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden schipperen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden schipperen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geschipperd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt schipperen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geschipperd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geschipperd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geschipperd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen schipperen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen schipperen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen schipperen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen schipperen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geschipperd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult schipperen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘naar omstandigheden handelen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1908

Woordfamilie van schipperen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geschipperd voltooid deelwoord schipperen
schipperde verleden tijd schipperen
schipperden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon schipperen
schippere aanvoegende wijs schipperen
schipperend onvoltooid deelwoord schipperen
schipperende woordvorm schipperen
schippert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon schipperen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schipperen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over schipperen

Wat betekent schipperen?
Schipperen is een werkwoord. Het woord betekent: bekwaam de rol van schipper vervullen, gewoonlijk op een zeilboot. Deze pagina beschrijft 5 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je schipperen?
Je vervoegt schipperen als volgt: de tegenwoordige tijd is schipper, de verleden tijd is schipperde en het voltooid deelwoord is geschipperd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord schipperen is 23 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. C 5
  3. H 4
  4. I 1
  5. P 3
  6. P 3
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 23 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

schipperen levert met Wordfeud minimaal 26 en maximaal 108 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. C 5
  3. H 4
  4. I 2
  5. P 4
  6. P 4
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 26 zonder bonus
  12. 108 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

schipperen in het kort

schipperen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 5 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van schipperen zijn 40 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort schipperen bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

schipperen: bekwaam de rol van schipper vervullen, gewoonlijk op een zeilboot
Deel schipperen — standaardnederlands.nl