scheper
zelfstandig naamwoordBetekenis
- schaapherder
- herdershond
zelfstandig naamwoord — masculine
- hond uit een ras gefokt voor het hoeden van schapen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| schepers | meervoud |
| schepertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| schepertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
afgeleid van scheep (schaap) met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van scheper
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schepers | meervoud | scheper |
| schepertje | verkleinwoord | scheper |
| schepertjes | verkleinwoord meervoud | scheper |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van scheper zijn vastgelegd.