Naar de inhoud

schellen

de schel laten klinken om de aandacht van een bediende te trekken

schellen is meer dan één woord

schellen

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. de schel laten klinken om de aandacht van een bediende te trekken
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Vervoeging van schellen

schellenhele werkwoord — scheldeverleden tijd enkelvoud — scheldenverleden tijd meervoud — gescheldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik schel schelde
jij schelt schelde
hij, zij, het schelt schelde
wij schellen schelden
jullie schellen schelden
zij schellen schelden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gescheld verleden tijd, deelwoord
gescheld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gescheld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gescheld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gescheld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gescheld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gescheld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gescheld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gescheld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gescheld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gescheld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gescheld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gescheld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gescheld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gescheld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gescheld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gescheld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gescheld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
schel gebiedende wijs
schelde verleden tijd
schelle aanvoegende wijs
schellend onvoltooid, deelwoord
te hebben gescheld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te schellen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen schellen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gescheld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gescheld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gescheld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal schellen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal schellen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal schellen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gescheld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gescheld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gescheld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou schellen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou schellen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou schellen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gescheld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gescheld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gescheld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden schellen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden schellen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden schellen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gescheld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt schellen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gescheld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gescheld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gescheld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen schellen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen schellen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen schellen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen schellen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gescheld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult schellen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord schel

Herkomst

In de betekenis van ‘bellen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1100

Woordfamilie van schellen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
schellend onvoltooid deelwoord schellen
schellende woordvorm schellen
schelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon schellen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schellen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over schellen

Wat betekent schellen?
Schellen is een werkwoord. Het woord betekent: de schel laten klinken om de aandacht van een bediende te trekken. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je schellen?
Je vervoegt schellen als volgt: de tegenwoordige tijd is schel, de verleden tijd is schelde en het voltooid deelwoord is gescheld. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord schellen is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. C 5
  3. H 4
  4. E 1
  5. L 3
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

schellen levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 90 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. C 5
  3. H 4
  4. E 1
  5. L 3
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 20 zonder bonus
  10. 90 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

schellen in het kort

schellen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van schellen zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort schellen bij een woordfamilie van 3 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

schellen: de schel laten klinken om de aandacht van een bediende te trekken
Deel schellen — standaardnederlands.nl