schelling
zelfstandig naamwoordBetekenis
- oude Nederlandse munt van zilver met een waarde van zes stuivers en in Vlaanderen van 12 groten of 1/20 van één livre
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| schellingen | meervoud |
| schellinkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| schellinkjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘zesstuiverstuk’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1220
Woordfamilie van schelling
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schellingen | meervoud | schelling |
| schellinkjes | verkleinwoord meervoud | schelling |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schelling zijn vastgelegd.