schelf
zelfstandig naamwoordBetekenis
- opgestapelde hoop (hooi, stro, vlas...)
- overdrachtelijk, het gebouw of de zolder waar het hooi, stro of vlas werd bewaard
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- riet obsolete
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| schelfje | verkleinwoord, enkelvoud |
| schelfjes | verkleinwoord, meervoud |
| schelven | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘hoop hooi e.d.’ voor het eerst aangetroffen in 1377
Woordfamilie van schelf
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schelfje | verkleinwoord | schelf |
| schelfjes | verkleinwoord meervoud | schelf |
| schelven | meervoud | schelf |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schelf zijn vastgelegd.