wede
zelfstandig naamwoord ˈwedəBetekenis
- kruisbloemige plant met langwerpige bladeren en kleine gele trosbloemen waarvan men de gedroogde bladeren kan gebruiken voor het maken van ontsmettende zalf en men tevens de blauwe kleurstof pastel kan winnen
Hoe spreek je wede uit?
/ˈwedə/
Wede bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| w | quiz |
| e | veel |
| d | dak |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- bepaald soort kruisbloemige plant met langwerpige bladeren en kleine gele trosbloemen, Isatis tinctoria
- gedroogde bladeren van Isatis tinctoria, gebruikt voor het maken van ontsmettende zalf en het winnen van de blauwe kleurstof pastel
- buigzaam takje
- houtige plant met buigzame takken
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [3], [4] weden | meervoud |
Herkomst
[1], [2] erfwoord via Middelnederlands wede van Oudnederlands wede
Woordfamilie van wede
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| weden | meervoud | wede |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wede zijn vastgelegd.