Naar de inhoud

schakelen

een verbinding tot stand brengen

schakelen

werkwoord ˈsxakələ(n)

Betekenis

  1. een verbinding tot stand brengen

Hoe spreek je schakelen uit?

/ˈsxakələn/

Schakelen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈsxakələn/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
s sok
x acht
a maan
k kat
ə de
l land
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van schakelen

schakelenhele werkwoord — schakeldeverleden tijd enkelvoud — schakeldenverleden tijd meervoud — geschakeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik schakel schakelde
jij schakelt schakelde
hij, zij, het schakelt schakelde
wij schakelen schakelden
jullie schakelen schakelden
zij schakelen schakelden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is geschakeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geschakeld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geschakeld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geschakeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geschakeld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geschakeld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geschakeld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geschakeld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geschakeld verleden tijd, deelwoord
geschakeld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geschakeld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geschakeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geschakeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geschakeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geschakeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geschakeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geschakeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geschakeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geschakeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geschakeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geschakeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geschakeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geschakeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geschakeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geschakeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geschakeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
schakel gebiedende wijs
schakelde verleden tijd
schakele aanvoegende wijs
schakelend onvoltooid, deelwoord
te hebben geschakeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te schakelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen schakelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal geschakeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geschakeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geschakeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal schakelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal schakelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal schakelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou geschakeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geschakeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geschakeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou schakelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou schakelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou schakelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geschakeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geschakeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geschakeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden schakelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden schakelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden schakelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geschakeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt schakelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geschakeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geschakeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geschakeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen schakelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen schakelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen schakelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen schakelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geschakeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult schakelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van schakel met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van schakelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geschakeld voltooid deelwoord schakelen
geschakelde woordvorm schakelen
schakelde verleden tijd schakelen
schakelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon schakelen
schakele aanvoegende wijs schakelen
schakelend onvoltooid deelwoord schakelen
schakelende woordvorm schakelen
schakelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon schakelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schakelen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over schakelen

Hoe spreek je schakelen uit?
De uitspraak van schakelen is: /ˈsxakələ(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent schakelen?
Schakelen is een werkwoord. Het woord betekent: een verbinding tot stand brengen.
Hoe vervoeg je schakelen?
Je vervoegt schakelen als volgt: de tegenwoordige tijd is schakel, de verleden tijd is schakelde en het voltooid deelwoord is geschakeld. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord schakelen is 21 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. C 5
  3. H 4
  4. A 1
  5. K 3
  6. E 1
  7. L 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 21 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

schakelen levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 93 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. C 5
  3. H 4
  4. A 1
  5. K 3
  6. E 1
  7. L 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 21 zonder bonus
  11. 93 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

schakelen in het kort

schakelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van schakelen zijn 40 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort schakelen bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

schakelen: een verbinding tot stand brengen
Deel schakelen — standaardnederlands.nl