Naar de inhoud

samenknijpen

dichter bij elkaar knijpen

samenknijpen

werkwoord

Betekenis

  1. dichter bij elkaar knijpen

Vervoeging van samenknijpen

samenknijpenhele werkwoord — kneep samenverleden tijd enkelvoud — knepen samenverleden tijd meervoud — samengeknepenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik knijp samen kneep samen
jij knijpt samen kneep samen
hij, zij, het knijpt samen kneep samen
wij knijpen samen knepen samen
jullie knijpen samen knepen samen
zij knijpen samen knepen samen
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben samengeknepen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent samengeknepen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is samengeknepen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was samengeknepen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd samengeknepen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt samengeknepen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal samengeknepen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal samengeknepen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou samengeknepen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou samengeknepen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had samengeknepen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had samengeknepen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had samengeknepen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden samengeknepen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden samengeknepen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden samengeknepen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt samengeknepen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb samengeknepen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben samengeknepen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben samengeknepen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben samengeknepen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben samengeknepen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt samengeknepen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft samengeknepen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft samengeknepen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is samengeknepen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is samengeknepen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
kneep samen verleden tijd
knijp samen gebiedende wijs
samen te knijpen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
samen te zullen knijpen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
samen zal knijpen bijzin, toekomende tijd
samen zou knijpen bijzin, voorwaardelijk
samen zouden knijpen bijzin, voorwaardelijk
samen zoudt knijpen bijzin, voorwaardelijk
samen zullen knijpen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
samen zullen knijpen bijzin, toekomende tijd
samen zult knijpen bijzin, toekomende tijd
samengeknepen verleden tijd, deelwoord
samengeknepen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
samengeknepen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
samengeknepen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
samengeknepen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
samengeknepen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
samengeknepen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
samengeknepen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
samengeknepen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
samengeknepen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
samengeknepen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
samenkneep bijzin, verleden tijd
samenknepen bijzin, verleden tijd
samenknijp bijzin, tegenwoordige tijd
samenknijpend onvoltooid, deelwoord
samenknijpt bijzin, tegenwoordige tijd
te hebben samengeknepen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen samenknijpen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart samengeknepen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren samengeknepen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren samengeknepen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren samengeknepen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was samengeknepen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was samengeknepen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was samengeknepen voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd samengeknepen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd samengeknepen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd samengeknepen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden samengeknepen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden samengeknepen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden samengeknepen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt samengeknepen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word samengeknepen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden samengeknepen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden samengeknepen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden samengeknepen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt samengeknepen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt samengeknepen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal samengeknepen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal samengeknepen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal samengeknepen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal samengeknepen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal samengeknepen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal samengeknepen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal samengeknepen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal samenknijpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal samenknijpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal samenknijpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal samenknijpen bijzin, toekomende tijd
zijn samengeknepen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn samengeknepen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn samengeknepen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt samengeknepen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou samengeknepen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou samengeknepen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou samengeknepen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou samengeknepen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou samengeknepen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou samengeknepen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou samengeknepen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou samengeknepen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou samengeknepen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou samenknijpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou samenknijpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou samenknijpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou samenknijpen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) samenknijpen samen zou(dt) knijpen bijzin, voorwaardelijk
zouden samengeknepen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden samengeknepen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden samengeknepen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden samengeknepen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden samengeknepen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden samengeknepen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden samengeknepen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden samengeknepen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden samengeknepen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden samenknijpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden samenknijpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden samenknijpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden samenknijpen bijzin, voorwaardelijk
zoudt samengeknepen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt samengeknepen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt samengeknepen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt samenknijpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt samenknijpen bijzin, voorwaardelijk
zullen samengeknepen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen samengeknepen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen samengeknepen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen samengeknepen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen samengeknepen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen samengeknepen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen samengeknepen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen samengeknepen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen samengeknepen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen samenknijpen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen samenknijpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen samenknijpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen samenknijpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen samenknijpen bijzin, toekomende tijd
zult samengeknepen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van samen en knijpen

Woordfamilie van samenknijpen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
kneep samen verleden tijd samenknijpen
knepen samen aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon samenknijpen
knijp samen gebiedende wijs samenknijpen
knijpe samen woordvorm samenknijpen
knijpen samen aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon samenknijpen
knijpt samen aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon samenknijpen
samengeknepen voltooid deelwoord samenknijpen
samenkneep subordinate-clause, verleden tijd samenknijpen
samenknepen subordinate-clause, verleden tijd samenknijpen
samenknijp subordinate-clause, tegenwoordige tijd samenknijpen
samenknijpe with-subordinate-clause samenknijpen
samenknijpend onvoltooid deelwoord samenknijpen
samenknijpende woordvorm samenknijpen
samenknijpt subordinate-clause, tegenwoordige tijd samenknijpen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van samenknijpen zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over samenknijpen

Wat betekent samenknijpen?
Samenknijpen is een werkwoord. Het woord betekent: dichter bij elkaar knijpen.
Hoe vervoeg je samenknijpen?
Je vervoegt samenknijpen als volgt: het voltooid deelwoord is samengeknepen. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord samenknijpen is 22 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. A 1
  3. M 3
  4. E 1
  5. N 1
  6. K 3
  7. N 1
  8. I 1
  9. J 4
  10. P 3
  11. E 1
  12. N 1
  13. 22 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

samenknijpen levert met Wordfeud minimaal 24 en maximaal 96 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. A 1
  3. M 3
  4. E 1
  5. N 1
  6. K 3
  7. N 1
  8. I 2
  9. J 4
  10. P 4
  11. E 1
  12. N 1
  13. 24 zonder bonus
  14. 96 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (J) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

samenknijpen in het kort

samenknijpen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van samenknijpen zijn 88 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort samenknijpen bij een woordfamilie van 14 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

samenknijpen: dichter bij elkaar knijpen
Deel samenknijpen — standaardnederlands.nl