Naar de inhoud

ruien

(van vogels) op regelmatige tijden van veren wisselen.

ruien is meer dan één woord

ruien

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. (van vogels) op regelmatige tijden van veren wisselen.

werkwoord

  1. op regelmatige tijden van veren wisselen.

Vervoeging van ruien

ruienhele werkwoord — ruideverleden tijd enkelvoud — ruidenverleden tijd meervoud — geruidvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik rui ruide
jij ruit ruide
hij, zij, het ruit ruide
wij ruien ruiden
jullie ruien ruiden
zij ruien ruiden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
geruid verleden tijd, deelwoord
geruid te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geruid zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geruid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geruid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geruid voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geruid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geruid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geruid voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geruid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geruid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geruid actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geruid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geruid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geruid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geruid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geruid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geruid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
rui gebiedende wijs
ruide verleden tijd
ruie aanvoegende wijs
ruiend onvoltooid, deelwoord
te hebben geruid actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te ruien actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen ruien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal geruid hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geruid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geruid hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ruien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal ruien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal ruien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou geruid hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geruid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geruid hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ruien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou ruien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou ruien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geruid hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geruid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geruid hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ruien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ruien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ruien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geruid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ruien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geruid hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geruid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geruid hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ruien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen ruien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ruien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ruien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geruid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ruien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord rui

Herkomst

In de betekenis van ‘periodiek haren verliezen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1567

Woordfamilie van ruien

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geruid voltooid deelwoord ruien
ruide verleden tijd ruien
ruiden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon ruien
ruie aanvoegende wijs ruien
ruiend onvoltooid deelwoord ruien
ruiende woordvorm ruien

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ruien zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over ruien

Wat is de betekenis van ruien?
Ruien is een werkwoord. De betekenis is: (van vogels) op regelmatige tijden van veren wisselen. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik ruien?
Zo vervoeg je ruien zo: de tegenwoordige tijd is rui, de verleden tijd is ruide en het voltooid deelwoord is geruid. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord ruien is 9 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. R 2
  2. U 4
  3. I 1
  4. E 1
  5. N 1
  6. 9 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

ruien levert met Wordfeud minimaal 8 en maximaal 36 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. R 2
  2. U 2
  3. I 2
  4. E 1
  5. N 1
  6. 8 zonder bonus
  7. 36 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (R) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

ruien telt 5 letters, waarvan 5 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 6.487 woorden van 5 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

ruien in het kort

ruien is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van ruien staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort ruien bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

ruien: (van vogels) op regelmatige tijden van veren wisselen.
Deel ruien — standaardnederlands.nl