rottweiler
zelfstandig naamwoordBetekenis
- Duits hondenras, stevig gebouwd, kortharig met brede kop, korte snuit en hangoren
- rottweiler; Duits hondenras, stevig gebouwd, kortharig met brede kop, korte snuit en hangoren.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| rottweilers | meervoud |
| rottweilertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| rottweilertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘hondensoort’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1928
Woordfamilie van rottweiler
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| rottweilers | meervoud | rottweiler |
| rottweilertje | verkleinwoord | rottweiler |
| rottweilertjes | verkleinwoord meervoud | rottweiler |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rottweiler zijn vastgelegd.