rondschrijven
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- een brief schrijven aan de personen van een bepaalde kring
- een brief aan de personen van een bepaalde kring
Vervoeging van rondschrijven
rondschrijvenhele werkwoord — schreef rondverleden tijd enkelvoud — schreven rondverleden tijd meervoud — rondgeschrevenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | schrijf rond | schreef rond |
| jij | schrijft rond | schreef rond |
| hij, zij, het | schrijft rond | schreef rond |
| wij | schrijven rond | schreven rond |
| jullie | schrijven rond | schreven rond |
| zij | schrijven rond | schreven rond |
Alle 74 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| had rondgeschreven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had rondgeschreven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had rondgeschreven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden rondgeschreven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden rondgeschreven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden rondgeschreven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt rondgeschreven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb rondgeschreven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben rondgeschreven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben rondgeschreven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben rondgeschreven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben rondgeschreven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt rondgeschreven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft rondgeschreven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft rondgeschreven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| rond te schrijven | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| rond te zullen schrijven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| rond zal schrijven | bijzin, toekomende tijd |
| rond zou schrijven | bijzin, voorwaardelijk |
| rond zouden schrijven | bijzin, voorwaardelijk |
| rond zoudt schrijven | bijzin, voorwaardelijk |
| rond zullen schrijven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| rond zullen schrijven | bijzin, toekomende tijd |
| rond zult schrijven | bijzin, toekomende tijd |
| rondgeschreven | verleden tijd, deelwoord |
| rondgeschreven te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| rondgeschreven zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| rondschreef | bijzin, verleden tijd |
| rondschreven | bijzin, verleden tijd |
| rondschrijf | bijzin, tegenwoordige tijd |
| rondschrijft | bijzin, tegenwoordige tijd |
| rondschrijvend | onvoltooid, deelwoord |
| schreef rond | verleden tijd |
| schrijf rond | gebiedende wijs |
| te hebben rondgeschreven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen rondschrijven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal rondgeschreven hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal rondgeschreven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal rondgeschreven hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal rondschrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal rondschrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal rondschrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal rondschrijven | bijzin, toekomende tijd |
| zou rondgeschreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou rondgeschreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou rondgeschreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou rondschrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou rondschrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou rondschrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou rondschrijven | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) rondschrijven rond zou(dt) schrijven | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden rondgeschreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden rondgeschreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden rondgeschreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden rondschrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden rondschrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden rondschrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden rondschrijven | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt rondgeschreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt rondschrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt rondschrijven | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen rondgeschreven hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen rondgeschreven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen rondgeschreven hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen rondschrijven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen rondschrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen rondschrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen rondschrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen rondschrijven | bijzin, toekomende tijd |
| zult rondgeschreven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult rondschrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult rondschrijven | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal rondschrijven rond zult/zal schrijven | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van rond en schrijven
Woordfamilie van rondschrijven
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| rondgeschreven | voltooid deelwoord | rondschrijven |
| rondschreef | subordinate-clause, verleden tijd | rondschrijven |
| rondschreven | subordinate-clause, verleden tijd | rondschrijven |
| rondschrijf | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | rondschrijven |
| rondschrijft | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | rondschrijven |
| rondschrijve | with-subordinate-clause | rondschrijven |
| rondschrijvend | onvoltooid deelwoord | rondschrijven |
| rondschrijvende | woordvorm | rondschrijven |
| rondschrijvens | meervoud | rondschrijven |
| schreef rond | verleden tijd | rondschrijven |
| schreven rond | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | rondschrijven |
| schrijf rond | gebiedende wijs | rondschrijven |
| schrijft rond | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | rondschrijven |
| schrijve rond | woordvorm | rondschrijven |
| schrijven rond | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | rondschrijven |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rondschrijven zijn vastgelegd.